Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
343.
streed 2 met het vuur van eenen jongeling, tot al zijne vrien-
den om hem heen gevallen waren. Ten laatste ontving hij
ook eenen stoot met de lans 3 in de keel 4 en stortte neder 5.
De jonge d'Almagro had zich nu gaarne tot 6 koning van
Peru opgeworpen, en wilde zich niet onder de bevelen des
konings van Spanje schikken 7. Hij verzette 8 zich gewelddadig
tegen 8 een koninklijken afgezant 9, werd echter geslagen,
gevangen en onthoofd 10.
Herinnert niet deze geschiedenis aan de fabel van drie rei-
zigers 11, die eenen schat vonden, en in plaats van denzel-
ven vreedzaam 12 te deelen, elkander er om vermoordden?
1. mtgocr? 4. f. 8. fid) mtbcr? 10. enthaupten,
gnügt. 5. nieberftür? fe^en, (3). 11. ein Steifen?
2. fämpfen. jen. 9. ein Slbge? ber.
3. Sanjenjïog, 6. jum. orbneter. 12. frieblich-
m. 7. fich füge«'
37. Het 11 e n d i e r.
Het Kendler 1 behoort tot de dieren, welke geheele volks-
stammen 2 bijna alles schenken, wat noodig is om te leven.
Gelijk 3 zonder den kameel 4 de brandende woestijnen 5 van
Afrika voor den mensch ontoegankelijk 6 zijn zouden, zoo gaf
de Schepper 7 aan de bewoners van het hoogste noorden in
hunne van ijs en sneeuw verstijvende 8 landstreken tot ver-
goeding 9 voor alle hun anders ontbrekende huisdieren het
rendier, welks vaderland 10 de noordelijke landen van Europa,
Azië en Amerika is. Het leeft zelfs op Groenland en de
onbewoonde eilanden Spitsbergen en Nowaja Semlja en vindt
zelfs 11 in deze ongastvrije 12 streken zijn onderhoud, dat in
allerlei woud- en bergkruiden, bladeren der boomen en mos bestaat.
1. Slennthier. 4. j?ameel, n. 7. (Schöpfer. 11. fogar.
2. 2SölEer? 5. ïïSüfïe. 8. erfïarren. 12. unroirth?
fchaft, f. 6. unjugang? 9. jum (Srfag. bar.
3.fo role. Itch. 10. J^elmath, f.
38. Vervolg.
Des winters eet het hi 't lijzonder 1 rendierenmos 2, hetwelk
het onder de verscheiden voet diepe sneeuw heenkrab 13,