Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
339.
menigte 2 gouden vazen vond. — Tot ongeluk voor de Peru-
anen vernielde 3 juist tóew 4 een broederoorlog liet land. Huas-
car en Atahualpa betwistten elkander 5 de regeering eii beiden
riepen de vreemdelingen om bijstand aan, toen zij hunne
aankomst 6 vernamen.
Pizarro verklaarde zich voor Atahualpa, liet hem echter
zeggen, dat 7 hij hem vooraf 9 persoonlijk spreken moest 8,
want dat 7 hij hem gewichtige 10 dingen in den naam eens
grooten Konings te openbaren 11 had 8. Intusschen was een
nieuwe zwerm 12 gelukzoekers, die d'Almagro aangeworven 13
had, nagekomen.
1. ecrfchcuchen. 5. ftc^ (ïrelten. aanvoegen- 11. eröffnen.
2. ^Olcngc. 6. Qinfunft, f. de wijs. 12. êchwarm.
3. ücr^ccrcn. 7. blijft weg. 9. üorhcr. 13. anwerben.
4. eben bamalé. teg. tijd. 10. roic£)fi<).
29. Vervolg.
Pizarro konde derlialve 1 met 62 ruiters en 102 man voet-
volk in de landstreek 2 voortrukken 3, waar Atahualpa, die
kort te voren 4 zijn broeder gevangen genomen had, zijne
legerplaats 5 had. De Inca — zoo noemden zich de koningen
van Peru — kwam hem onbezorgd met groote vriendelijkheid
te gemoet, want hij zag in de Spanjaarden geene vijanden, maar
bondgenooten 6. Hij was een zeer verstandig man en de aan-
zienlijke stoet 7, van welken hij vergezeld was, verwekte 8 de
bewondering der vreemdelingen. Zijn leger 9 bestond uit meer
dan 30,000 man. Pizarro stoorde «M10 niet ««»lO deze
menigte volks. De Inca, die gelijk zijne onderdanen de zon
aanbad, zoude 11 zich tot den christelijken godsdienst bekeeren,
zoude den koning van Spanje als zijnen opperheer erkennen
en zijn land door de Spanjaarden laten uitplunderen, dit
was Pizarro's vaste voornemen 12.
1.ba^er. 5. Sager, n. 7. .^offlaaf. 10. achten.
2. ©egenb, f. 6. Bunbeége? 8. erregen. 11. fotten.
3. üorrüden. noffe. 9. .^eer, n. 12.93orfa§,m.
4. Dorder.
30. Vervolg.
Met de bekeering werd een aanvang gemaakt. Een veld-
prediker 1, dien Pizarro bij zich had, hield eene zeer zon-
22*