Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
338.
eene vreedzame 3 verkeering 4 met hen. Voor Europeesche 5
kleinigheden kocht hij gouden en zilveren vazen 6, ook over-
reedde 7 hij een paar jonge Peruanen 8, hem te vergezellen.
Hij wilde hen in de Spaansche 9 taal laten onderrichten, om
hen in het vervolg 10 als tolken 11 te kunnen gebruiken. Drie
jaren gingen er met deze eerste reis heen; zijne beide vrien-
den hielden hem reeds met het geheele schip voor verloren,
toen hij tot hunne niet geringeld vreugde terug kwam, en
hen met het goud en zilver verrastte 13, dat hij ingeruild 14
had.
1. jicmiich.
2. gebtibct.
3. fricbllch.
4. 93erfc&r, m.
5. curopatfch.
6. ©cfäß, n.
7. bcrebcn.
8. Peruaner.
9. fpanifch.
10.golge, f.
11. Solmct?
fcher.
12. gering.
13. überrafc^cn.
14. cintaufc^cn.
27. Vervolg.
Nu hoopte hij van den Spaanschen Stadhouder in Mexico
ondersteuning 1 tot eene aanzienlijker 2 onderneming te krij-
gen, maar vergeefs 3. Niet gelukkiger was hij in Spajije bij
Keizer Karei V, die hem wel tot 4 stadhouder aller nieuwe
landen, die hij ontdekken zoude, benoemde 5, maar er 6 geen
geld ioe 6 gaf. Pizarro zoude 7 zijne veroveringen voor de
keizerlijke majesteit 8 maken, maar zelf de kosten daartoe
opbrengen. Dat was 9 toch wel niet alleen met vreemde net-
ten 10, maar ook in vreemde vijvers 11 visschen vangen.
Grootmoediger 12 werd Pizarro door Cortez met raad en daad
ondersteund. Hij kreeg 13 van hem eene som, die het hem
mogelijk maakte in het jaar 1531 eene tweede reis met drie
schepen en 180 man te ondernemen, onder welke zich ook
36 ruiters 14 bevonden.
1. Untcrfïüfe?
ung.
2. bcbcutcnb.
3. umfonfï.
4. jum.
5.ernennen.
6. baju.
7. follen.
8. 50ïaje|ï2t.
9. heißen.
lO.Sße^, n.
11. Seich, m.
12. grogmü?
m-
13. erhalten.
14. Steiter.
28. Vervolg.
Hij landde nu meer als roover dan als vriend, verjoeg 1
de bewoners en plunderde hunne huizen, in welke hij eene