Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
336.
22. Vervolg.
Wanneer de noot ouder en rijper wordt, dan is het sap
minder zoet en minder helder, en bij volkomen 1 rijpheid
eindelijk verdikt 2 dit melksap altijd meer en wordt eindelijk
tot eene vaste kern 3, welke frisch smaakt als amandelen 4
en in het midden nog altijd eene holte 5 behoudt, welke met
een aangenaam smakend sap gevuld is. Eene noot stilt 6 dus
den honger en dorst tegelijk. Wordt de noot nog ouder dan
verdroogt 7 de schaal, en uit deze harde noten bereidt men de
kokosolie, welke men als boter tot 8 toebereiding O van spijzen 10
gebruikt en ook in lampen 11 brandt. De vezels 12 waarmede
de schaal der noot omgeven is, worden tot touwen verwerkt 13,
welke die van hennep 14 in 15 sterkte niets toegeven 16,
maar veel 17 veerkrachtiger 18 zijn.
1. üöllig. 6. (ïiKcn. ll.fampe, f. 16. nachgeben.
2. (tch üerbicfen. 7. öertrorfncn. 12. gafer, f. 17. rceif.
3. j?crn, m. 8. jur. 13. ecrarbciten. 18. cla{lifch.
4. sOïanbel, f. 9. Zubereitung. 14. .^anf.
5. .^öhlung. 10. epetfe,f. 15. an.
23. Vervolg en slot.
De stammen der boomen geven balken 1, latten 2 en masten,
uit de wortelen vlecht men manden 3; de bladeren gebruikt 4
men tot daken voor de woningen, ja zelfs tot hoeden, tot
papier om te. schrijven 5 en ineengedraaid 6 tot fakkels 7. Het
teedere 8 hart der bladerkroon 9 geheel boven aan den boom,
hetwelk twintig tot dertig pond weegt, is zoo voortreffelijk
als jonge kool, eene lekkernij 10 voor elke tafel en heet palm-
kool; echter 11 sterft de boom door dit afsnijden in korten
tijd. Eindelijk krijgt 12 men nog door insnijdingen 13 in den
ongeopenden 14 bloesem een sap, dat men palmwijn noemt en
hetwelk, frisch gebruikt 15, verkoelend en verkwikkend 16 is.
Welk een onschatbare boom is dus de kokospalm!
1. Balfen. 5. jutnSchreiben. 9. Blattfrone, f. 13. ginfchnitt.
2. Satte, f. 6. gebreht. 10. geef erb i(iren. 14. unentfaltct.
3.j?orb, m. 7. gacfel, f. 11. boch. 15. geniegen.
4. bcnugcn. 8. jart. 12. erhalten. 16. labenb.