Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
333.
zien kan. „l)e zon" — verliaalt een reiziger — „was gelieel
„verduisterd 9 en een verstikkend 10 drukkend 11 gevoel
„maalcleXt zich van ons meesier IZ. Somtijds verloren wij de
„kameelen geheel uit het gezicht, ofschoon zij slechts weinige
„voeten 13 voor ons waren. Een brandende dorst kwelde 14
1. unocrmeib?
lid).
2. iU.
3. t)crnid;ten.
4. ©anb, m.
5. Sltmoéphö?
re, f.
6. erfüllen.
7. unermeglicl).
8. Dvaum, m.
17.
9. üerfinltern. 13. gu§.
10. erfiicfen. {enkelv.)
11.brürfen. 14. quälen.
12. fid) bemach?
tigen.
Vervolg.
Niets aanschouwt 1 het oog, wanneer het de wijde vlakte 2
overziet 3; geen verkoelende 4 wind verfrischt de lucht; de
zon gaat gloeiend onder, de wind verzengt 5, wanneer hij
waait en voert golven van zand mede, die verstikkend zijn
en geheele karavanen dreigen te vernietigen 6. "Wanneer de
karavanen zich in beweging stellen 7, bekommeren 8 zij zich
niet om degenen die achter blijven 9 of te zwak zijn om haar
te volgen. Men laat de zieken aan hun lot over en keert niet
terug om een verdwaalden 10 reisgenoot 11 op te zoeken.
Men stelle zich het lot van zulk eenen ongelukkige voor, die
van dorst en vermoeienis 12 smacht 13; wiens leden als in de
Miie der koorts 14 branden, wien de mond verdroogd 15 is en
die slechts moeielijk 16 de heete hem verterende 17 lucht
inademt 18.
6. jernichtcn. ll.Sieifege? 15. pertrodncn.
7. fegen. fährte. 16. müf)fam.
8. fümmern. 12. grmübung. 17. perjehren.
9. pcrfpSten. 13. lechjen. 18. atomen.
10. ücrirren. 14. gieberhige.
1. erblicfen.
2. Släd)e.
3. überfchauen.
4. fühlen.
5. pcrfengen.
18.
slot.
Vervolg en
Hij hoopt dat een oogenblik rust zijne krachten herstellen 1
zal. Hij ziet diegenen bij zich voorbij trekken 2, welke zijne
reisgenooten waren en die hij vergeefs om hulp smeekt 3;
1. herjïellcn. 2. porüber jiehen. 3. anflehen. 4. Qrlcnb, n.