Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
332.
bevolking 10 der Sahara op deze oasen haar onderhoud 11
en rustpunt vindt om de woestijn door te trehhen\1. De
reizigers, welke de Sahara doortrekken, voornamelijk tot
uitoefening 13 van den handel, vereenigen zich in groote
gezelschappen, welke Karavanen 14 heeten en van eenige
honderden tot verscheiden duizenden stijgen 15.
burchroanberti, 13. jur Betrci? 14. jïaraoane, 15. (ïdgen.
{onscheidb.) bung. f.
15. Vervolg.
De groote karavanen hebben somtijds 16,000 tot 20,000
kameelen bij zich. De richtingen en wegen, welke de kara-
vanen sedert eeuwen inslaan 1 heeft de natuur zelve door
rijen 2 van bronnen en putten 3 aangeduid 4. Zoo dikwijls
eene karavaan uittrekt 5 neemt zij eene bedekking 6 met zich
en moet nog daarenboven 7, zoodra zij het gebied van eenen
volksstam betreedt, deszelfs geleide 8 vragen, daar zij anders
onfeilbaar 9 geplunderd 10 zoude worden. Dikwijls verdroogt 11
plotseling een put, die eeuwen lang gevloeid 12 had; in dit
geval 13 geraakt 14 de aankomende karavaan, die daarop
rekende, in den uitersten nood 15. Daar worden dan de
kameelen geslacht 16 om door hun bloed en den watert700r-
raad 17 dien zij bij zich dragen, hun leven tot 18 de naaste
waterplaats 19 te verlengen 20.
1. dnfchlagen. 6- Bebecfung. 11. oerficgcn. 1-6. fc^lachfcn,
2.3ldhe. 7. augcrbem. 12. (liegen. 17. SSorrath, m.
3. Brunnen. 8. ©ddtc, n. 13. gatt. 18. bié ju.
4. öorjdchnen. 9. unfehlbar. 14. gerat^en. 19. 25a(fer(ïdle.
O. ouéjiehen. 10. plunbern. 15. 3ïofh,f- 20. friften.
16. Vervolg.
Niet zelden versmacht eene karavaan in de woestijn en vindt
den schrikkelijksten dood, die onvermijdelijk 1 is, wanneer
bij 2 het gebrek aan water ook nog zandstormen komen, die
dikwijls eene karavaan vernietigen 3. De wind verheft dan het
fijne zand 4, hetwelk den grond bedekt, zoodat de geheele
dampkring 5 daarmede vervuld 6 is en men in de groote,
onmetelijke 7 ruimte 8 nauwelijks eenige ellen voor zich uit-