Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
331.
meest van de kust verwijderde streken 14 op, nestelt 15 in
holten van hoornen , heeft glinsterende 17 donkergroene ve-
deren en fladdert 18 onrustig van boom tot boom.
12. fchcu. 14. ©egenb, f. 16, Saumhi^hlc. 18- flaffern.
13. roalbig, 15. nifien. 17. glanjcnb.
13. U e Sahara.
De Sahara 1 is de grootste woestijn 2 der aarde, beslaat 3
een zesde of wel zelfs 4 een vijfde van geheel Afrika en heet
bij de Arabieren met recht Zee zonder water, want zij is
ah hel ware 5 een zandoceaan 6, welke zijne zandgolven 7 en
zandstormen heeft. De eilanden van dezen zandoceaan zijn
de oasen, d. i. 8 kleine bebouwde 9 landstreken 10, rijk aan
bronnen 11 en beken, waar men weideplaatsen 12, kruiden en
verscheidene soorten van\3 boomen, vooral dadelboomen 14,
aantreft en waar de vermoeide 15 reiziger frissche levenskrach-
ten verzamelt 16, om zijne reis door de woestijn op nieuw 17
te kunnen voortzetten. Echter zijn vele oasen ook niet veel
beter dan onze dorre 18 heiden 19 in Europa.
1. «Sahara, f. 7. eanbroclle. ll.öucllc. 15. ermaffef.
2. 5Büfïe. 8. b. i. (baé 12. fïBelbeplag. 16. farameln.
3. einnehmen. i(>). 13. 2irt, f. 3. 17.aufé9ïeue.
4. gar. 9. angebaut. 14. Sattel? 18. bürr.
5. gleichfam. 10. Sanb|ïre(fe. bäum. 19. .^eibe.
6. ©anbocean.
14. V e r v o 1 g.
De kameel 1 is het schip der woestijn, terwijl dit dier
alleen het den mensch mogelijk maakt deze vreeselijke 2,
onmetelijke 3 woestijn te doorreizen, doch zoude zelfs dit dier
bezwijken 4, indien niet de woestijn op zekere tusschenruim-
ten 5, bronnen en oasen aanbood, welker karige 6 gaven 7 den
mensch en zijnen kameel voor versmachten 8 bewaren en de
woestijn eenigermate 9 bewoonbaar maken, daar de zwakke
1.Äameel, n. 5. Jmifchen? 8. 33erfchmach? 10. SJeeölferung.
2. furchtbar. raum. ten. 11. Sebenéunter?
3. unermeßlich. 6.farg. 9. geroiflferma? half/
4. unterliegen. 7. Oabe. ßen. 12. burchjiehen.