Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
330.
boomwol, zijde eii edelsteenen te ontrukken 13, en het gelukte
hun. Zij verwierven 14 zich daarmede verbazende 15 schatten;
de Venetiërs echter verloren de aanzienlijke 16 winst 17, welke
hun anders 18 de handel naar het oosten 19 opbracht 20, want
zij konden nu met de Portugeezen niet langer prijs houden.
13. {ntceigen. 15. ungeheuer. 17. ©cn)lnn,m. 19. ?Ci?orgcnlanb.
14. criücrbên. 16. bebcufcnb. 18. fonft. 20. bringen.
11. Vervolg en slot.
Voorheen kwamen de Oost-Indische waren, op Arabische
schepen over de Eoode zee, naar de stad Suez en werden
van daar verder op kameelen naar Alexandrië in Egypte 1 ge-
bracht, waar Venetiaansche schepen ze afhaalden 2. Van
Venetië verzonden 3 de kooplieden ze, voor 4 zeer hooge
prijzen, door gansch Europa en geraakten 5 daardoor tot
grooten rijkdom. Nu echter konde men dat alles door de
Portugeezen veel goedkooper hebben en zoo verloren de Vene-
tianen bijna geheel hunnen handel met Oost-Indische en
Perzische waren. De Portugeezen werden steeds machtiger;
zij bezetteden 6 het eiland Ceilon, de Maldiven, de specerij-7
eilanden en drongen langzamerhand 8 tot naar China.
1. SJegppfen. 3. ecrfenben. 5. gelangen. 7. ©eroürj.
2. abholen. 4. «m. 6. befegen. 8. nach unb nach-
12. Honigkoekoek.
De honigkoekoek 1 leeft slechts in Afrika, en heeft zijn
naam van^ de vaardigheid 2, met welke hij honig en was, zijn
geliefdst 3 voedsel 4, uit de nesten der wilde bijen weet te
halen, terwijl de angel 5 der bijen niet gemakkelijk in zijne
huid dringt; evenwel moet hij ook somtijds voor de bijen
bezwijken 6, welke hem in de oogen steken. De inboorlingen 7
letten 8 derhalve 9 op den vogel om de nesten der wilde bijen
te vinden, en dit wordt hun door het bestendige geschreeuw
en de langzame vlucht 10 des vogels zeer gemakkelijk ge-
maaktll. Hij is niet schuw 12, houdt zich in boschrijke 13,
1. .^on'gfufuf. 4. Jlïahrung. 7. bieging«; 9. ba^er.
2. gertlgfeU. 5. (Stachel, m. bomen. 10. glug, m.
3. lieb. 6. unterliegen (3). 8. Sicht geben. 11. erleichtern.