Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
328.
verheffen, en vond, toen men daarheen stuurde het groote
eiland Madera, hetwelk sedert door zijne kostelijke 9 wijnen
alom beroemd 10 geworden is. Toen was het echter nog
geheel met bosschen 11 begroeid 12. Men brandde 13 ze
grootendeels 14 af en plantte op den met hunne asch ge-
mesten 15 grond 16 wijnstokken 17 en suikerriet 18 of
zaaide 19 koren 20,
5. noit biefer
3nfel aué.
6. in weiter
gerne.
7. Sïebelberg.
8. baraufloé?
(leuern.
9. fofilich-
10. weitbe?
rühmt.
11. ïBaib.
7.
12. bemachfen.
13. nieberbren?
nen.
14. grofen?
theiié.
15. büngen.
Vervolg.
16. Boben.
17. Siebe.
18.3ücferrohr.
19.fäcn.
20. ©etreibe.
Met nog grooter ijver dan te voren 1 werden nu de ont-
dekkingsreizen voortgezet 2; men zeilde om 3 kaap 4 Bodajor
en de groene kaap. Men bevond zich thans tusschen de keer-
kringen; de schepen werden echter niet door den gloed der
zon 5 verbrand, gelijk men gevreesd had. Moedig stuurden 6
de schippers voort, werden echter weldra door eene vreese-
lijke 7 verschijning 8 verschrikt. Eene geheele schaar 9 duivelen
kwam hun aan de kust te gemoet loopen 10, allen pik zwart 11,
met wollig 12 haar, stompen 13 neus, dikke lippen, sneeuw-
witte 14 tanden. Niets ontbrak hun dan horens, boks-
pooten 15 en een lange staart 16. Het waren, gelijk naderhand
bleek 17, guineesche 18 negers.
1.üorher. 5.@onnengIuth, 10. entgegen. 14. fchneemeig.
2. fortfegen. f. gerannt. 15. Bodfug.
3. umfchiffen. 6. (leuern. 11. raben? 16. ©chwanj.
[onseheidb.) 7. furd)tbar. fd)n3ar5. 17. ftch jcigen.
4. baé Vorge? 8. grfcheinung. 12. wollig. 18. guneifch-
birge. 9. ©chaar, f. 13. (ïumpf.
8. Vervolg.
Het scheepsvolk 1 werd weldra vertrouwd 2 met deze zwarte
gedaanten 3 en bracht er zelfs eenige van naar Lissabon ,
waar zij algemeen opzien baarden 4.
Er werden nieuwe reizen ondernomen en in het jaar 1448
de Azorische eilanden, later ook de eilanden der groene kaap