Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
325.
XXXII. opstellen over eenige tüsschenwerpsels.
202.
Ach ! wat ben ik ongelukkig 1. Het is met mij gedaan 2 !
Maar, mijn God! waarom schreeuwt gij zoo? Helaas! (*)
men heeft mij mijn gouden horloge en al mijn geld gestolen.
Wee den gauwdief 3! als ik hem krijg, 4 dan breng 5 ik hem
zonder mededoogen 6 om 5. Het is om dol te worden. Om
's hemels wil, bedaar 7; want ik ben het, die uw horloge en
uwe beurs weggenomen heb, om u te leeren, beter de deur 8
van uwe kamer te sluiten 9, wanneer gij uitgaat. Is het mo-
gelijk 10! zijt gij het, die mijn horloge en mijne beurs hebt?
Zie daar zijn zij. Ik heb beide op uw bed gevonden.
1. roic bin id) fo 4. erhafchen. 8. S^urc, f. 3.
unglücflich. 5. umbringen. 9. eerfchliegen.
2. eé i(ï um mid) 6. Sarm^erjigfeit, 10. möglich,
gefchehen. f. 3.
3. gpigbube, m. 3. 7. ftch beruhigen.
203.
O, welk een heerlijke dag! Is de lente niet de schoonste
tijd des jaars? Hoe schoon ging de zon heden op! Ha, welk
een gezicht 1! Ach, waarom is mijti broeder niet hier! — Foei,
dat is leelijk 2 ! — Ach, die arme man! — Bons 3! viel hij
naar beneden. — Krak 4! brak het aan stukken 5. — Poef!
paf 6 ! ging 7 het geweer los 7. — Plomp ! viel hij in het
water! — O! hoe gaarne wilde ik het vergeten! — Ach!
welk eene smart! riep hij. Helaas het is te laat! — Heil
u, zoo gij uwen plicht doet en uwen tijd goed besteedt 8 .
maar wee u zoo gij dit niet doet.
1. 2lnblicE,m.2. 3. bauj. 5. enfjroei. 7. loégehen.
2. garftig. 4. fnacfé. 6. puff/ paff. 8. anroenben.
OPSTELLEN TOT VERDERE OEEENING.
1. Athene.
A^thene 1 was eene der beroemdste steden der wereld en de
zetel 2 der wetenschappen en schoone kunsten, waar de groot-
1. Slthen. 2. m. 3. ©faatémann. 4. (Befefegeber.
(*) Selber wordt achter liet werkwoord midden in den zin geplaatst, dus:
SKan ^at mir letber, u. f. tu.