Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
323.
tles te zekerder 3 kan gelooven. — Wanneer de menschen
hunne gebreken inzien 4, zijn zij op den weg der beterschap 5.
Hoe meer de gierigaard 6 heeft, des te' meer verlangt hij. —
Ofschoon de zon wegens haren onmetelijken 7 afstand 8 klein
schijnt, is zij toch veel grooter dan onze aarde.
Wie aan vriendschap gelooft, moet noodzakelijk 9 ook aan
deugd, aan een vermogen 10 der goddelijkheid 11 in den
mensch gelooven. Wie echter aan zulk een vermogen, of
aan deugd niet gelooft, kan ook onmogelijk aan ware, eigen-
lijke 12 vriendschap gelooven; want beide zijn gegrond 12> op
een' en denzelfden aanleg 14 tot onbaatzuchtige 15, vrije, on-
middellijke 16 en daarom onveranderlijke 17 liefde 18.
1. aufrichtig.
2. wahrhaft.
3. gewiß.
4. cinfehen.*
5. Beffcrung,
f. 3.
6. @eijhalS(ä),m.2.
7. unermeßlich.
8. (Entfernung,f.3.
9. nothwcnbig.
10. Sïermögcn, n.l.
11. ®öftl{chfeit,f.3.
12. eigentlich.
13. (ich grünben.
14. 2lnlage, f. 3.
15. uneigennügig.
16. unmittelbar.
17. unüera'nberlich.
18. Siebe, f. 3.
OPSTEL TER VERBETERING.
53.
©aS fuße ®affer, wclcheS bie
Sauber ber (Erbe burchftrömt
wirb ober etn (Strom, ober ctn
gluß, ober ctn Bach genannt.
©aS fe|Tc Sanb ber (Erbe i(!
cntwcbcr eben ober bergig. SStr
ftnb noch glücfltch, noch jufrte?
ben. Sie Äletbcr bicncn nicht
bloß jur Befchügung unb gr?
warmung beS j?orperS, aber
auch iurSJcrfchöncrungbeffclbeS.
(Sie erhielten feine SRachrtchtcn
Weber bon mtch noch mei?
nem Bruber. 2Ber ftch bou eine«
3lnbern belcibigt unb In feinen
Svechten gefranft glaubt, foll ftch
nicht felbft Stccht »erfchaffen.
Het zoete water, hetwelk de
landen der aarde doorstropmt,
wordt of een stroom, of eene
rivier, of eene beek genoemd.
Het vaste land der aarde is,
of effen of bergachtig. Wij
zijn noch gelukkig, noch tevre-
den. De kleederen dienen niet
alleen tot beschutting en ver-
warming van het lichaam,
maar ook tot verfraaiing van
hetzelve. Zij kregen geene tij-
ding, noch van mij, noch van
mijnen broeder. Wie zich door
een ander beleedigd en in zijne
rechten gekrenkt acht, moet
zich niet zelf recht verschaffen,
21*