Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
321.
geantwortet, ik heb hem wel geschreven, nogtans heeft
hij mij niet geantwoord,
er war fanm jurürfgefommen, alé er wieber abreifete, hij was
nauwelijks teruggekomen of hij vertrok weder.
Socf) beteekent doch of maar en toch.
ich '»«H «i^ bir jeigen, boch mugt bu mir »erfprcchen, u. f. w.,
ik wil het u toonen, doch (maar) gij moet mij beloven, enz.
er hat Slüeé waé er wünfdjt unb 1(1 boch nicht jufrieben, hij
heeft alles wat hij wenscht en is toch niet tevreden.
Of, wanneer het dient om van twee voorwerpen een uit
te sluiten, wordt vertaald door ober (in het fransch om); na
een werkwoord door ob (in het fransch si); b. v.:
wottcn @ie biefeé ober baé? wilt gij dit of dat?
ich n'cht ob « fommen wirb, ik weet niet of hij komen zal.
Men kan de voegwoorden bag, dat, en wenn, indien,
voor een werkwoord weglaten, b. v.:
ich glaubte, er wäre mein greunb (in plaats van: Irf; glaubte
bag er mein greunb wäre), ik geloofde dat hij mijn vriend
was.
wäre Ich nicht fein greunb (in stede van: wenn ich nicht fein
greunb wäre), fo hätte ich nicht feinetwegen gefchrieben,
indien ik zijn vriend niet ware, zoude ik niet om zijnent-
wil geschreven hebben.
Met het voegwoord fo begint men in een samengestelden
zin altijd het nazindeel, b. v.:
nachbem er bicfeé gefagt hatte, fo ging er fort, na dit gezegd
te hebben, ging hij heen.
Slechts na zeer korte voorzindeelen, mag men fo weglaten;
b. V. ba er nicht fam, lieg ich ihn rufen, of ba er nicht fam,
fo Heg irf; ihn rufen, daar hij niet kwam, liet ik hem roepen.
XXXT. OPSTELLEN OVER DE VOEGWOORDEN.
199.
Zoodra de Heer N. . . . mij ziet, begint 1 hij Hoogduitsch 2
te spreken en overlaadt 3 mij met beleefdheden 4, zoodat ik
menigmaal 5 niet weet, wat ik hem moet antwoorden. Zijn
1. anfangen.* 3. überhäufen. 5. oft.
2. ©eutfch. 4. .^i^flichfeit, f. 3. 6. eé eben fo machen.
14° DRUK. 21