Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
320.
wenn aud) bcc gcinb (ïarfer ware, indien ook de vijand
sterker ware.
Op entwebcr, volgt ober; of — of.
„ nicht allein, | volgt fonbern auch, niet alleen, niet
„ nicht nur, 1 slechts — maar ook.
" Ifd''^' 1 ^^ gleichwohl of nichts bejïo
" / weniger, hoewel, schoon — echter, toch.
„ obwohl,
„ fowohl, volgt alé of alé auch, zoowel — als.
" l volgt fo, wanneer — zoo, zoo, indien — zoo.
„ wenn, 1 ^
„ wenn gleich, volgt fo, indien ook, al.
„ Weber, volgt noch, rioch — noch.
„ fo, volgt fo, hoezeer —> zoo.
„ jwar, volgt aber, allein, of gleichwohl of jeboch, wel is
waar — maar, doch.
„ faum, volgt alé, ba, of fo, nauwelijks — of.j
Voorbeelden.
er hat cé enfweber gethan, ober wirb cé noch thun, óf hij
heeft het gedaan, óf hij zal het nog doen.
ob cr gleich mein SJetter l|î, fo fommt cr boch "icht ju mir,
ofschoon hij mijn neef is, komt hij nogtans niet bij mij.
fïe t(Ï fo wohl reich alé fchön, zij is zoowel rijk als schoon,
wann ihr wiebcr fommt, fo will ich «é euch geben, wanneer
gij wederkomt, zal ik het u geven,
wenn er ihnen nicht bejahlt, fo fagen ©ie eé mir, indien hij
u niet betaalt, zoo zeg het mij.
wenn ich gleich @elb hätte, fo gäbe ich ihm boch feiné, al
had ik het geld, ik zou het hem nogtans niet geven,
ich fenne weber feinen 33ater noch feinen Bruber, ik ken noch
zijn vader noch zijn broeder.
fo fchön fte auch fein mag, fo l(î (te boch nicht llebenéwürbig,
hoe schoon zij ook zijn moge, zij is nogtans niet beminnelijk,
cr t(ï jwar mein geinb ntct;t, aber auch nicht mein grcunb,
wel is waar hij is mijn vijand niet, maar hij is ook mijn
vriend niet.
ich (>cibe ihm jwar gefchrieben, gleichwohl hat er mir nicht