Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
314.
SJîann, rodere jegt an bie Steide
raar, jitferfe com .S'opfe bié ju
bie gü§e, obgleich fon|l ein
3Jiann »on «Kufh unb £nf?
fchloffenheif.
beurt was, sidderde van hoofd
tot voeten, ofschoon anders
een man van moed en stand-
vastigheid.
50.
„ich mug meine ^fïicht thun"
fagte er cor Slngft bebenbjum
Officier, „ich weig baé, aber
„ich möchte mein Seben auf eine
„eblere3lrtöcrlieren." SerDffi?
der erwieberte hierauf: „Äeiner
„foH hier bleiben roiber feinen
„5ßitlen," »aber fegt trat ein
?01ann hcroor aué bie ©lieber
unb tierlangte auf ben ^ofien
gelaffen ju roerben, unb auf
allen ©cfichtern war Beifall ju
lefen. „ich werbe mich nicht
„lebenbig »on bie geinbe fangen
„laffen" fagte er, „unb bei baé
„geringfle ©erSufch foHt ihr oon
„mich hören. Vielleicht werbet
„ihrohne©runbbeunruhtgt,bcnn
„ich «erbe felbft bei ben unbebeu?
„tenbftcn Umffanb meine Büchfe
„abfeuern; ihr mügt bann nicht
„böfe fein über meine Vorficht,
„benn nur unter biefe Bebingung
„ifl eine gntbecfung ju hoffen."
©cr Dbcrfle war mif ben Vor?
fchlag jufrieben, feine Samara?
ben gaben ihn bie .C'anb, unb
fchieben üon ihn mit trauriger
2ihnung. gine ©tunbe warteten
fie auf bie 3lbfeuerung ber
Büchfe, alé plöglich berSchug
pcrnommcn würbe.
„Ik moet mijn plicht doen,"
zeide hij van angst bevende tot
den officier, „ik weet dat, maar
„ik wenschte mijn leven op eene
„edeler wijze te verliezen." De
officier hernam hierop: „Nie-
„mand zal hier blijven tegen
„ziju wil." Maar thans trad
een man te voorschijn uit de
gelederen en verlangde op den
post gelaten te worden, en op
alle gezichten was toejuiching
te lezen. „Ik zal mij niet le-
„vend door den vijand laten
„vangen," zeide hij, „en bij het
„geringste gedruischzultgij van
„mij hooren. Misschien wordt
„gij zonder grond verontrust,
„want ik zal zelfs bij de onbe-
„duidendste omstandigheid
„mijn geweer afvuren, gij moet
„dan niet boos zijn over mijne
„voorzichtigheid; want slechts
„onder deze voorwaarde is eene
„ontdekking te hopen."De over-
ste was met den voorslag te-
vreden, zijne makkers gaven
hem de hand en scheidden van
hemmet treurig voorgevoel. Een
uur wachtten zij op het afvu-
ren van het geweer, toen plot-
seling het schot gehoord werd.