Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
310.
198.
De sneeuw beschut 1 de planten voor al te sterke vorst 2.
Ieder mensch is verplicht zijnen vrienden die achting te be-
wijzen , die hij voor zijnen persoon van hen verlangt. Men
noemt de winden naar de hemelstreken 3 uit welke zij waaien.
De rups 4 kruipt op den boom. Men bracht het op een
wagen in de stad. De mensch gewent zich zeer gemakkelijk
aan elke zaak, aan elke luchtstreek 5, aan elke levenswijze 6.
Zie toch voor u. Gij zult het voor alle anderen hebben. Na
den regen schijnt de zon en door deze afwisseling 7 van het
weder 8 gedijt 9 het koren 10, benevens 11 de andere vruchten.
Verstandige 12 spaarzaamheid 13 is voor iederen mensch eene
noodzakelijke 14 deugd, want zonder haar kan ook de rijkste
man arm worden.
6. gebcnéart, f. 3.
7. Slbrocchélung,
f. 3.
8. SBitterung, f. 3.
9. gebcihen.
1. bcfchü^««.
2. groft, m. 2.
3. SBeltgegcnb, f.3.
4. Svaupc, f. 3.
5. Älima, n.
10. betreibe, n. 2.
11. neb(ï.
12. toernünftig.
13.©parfrtmteit,f.3.
14. not^mcnbig.
OPSTELLEN TER VERBETERING.
46.
3ahr 1779, alé bcn
Ärieg gegen bie Slmerifaner
mit großen (Eifer auf jenem
geftlanbe geführt raurbe, (ag
eine Slbt^eilung ber (Englifchcn
31rmee an bie Ufer eineé gluffeé,
unb befanb ftch
3ïafur fo günflige Stellung, bag
eé jeber millta'rifchcn Äunfl
fehler mar, fit ju überrumpeln.
(Eé mug aber bemerft merben,
bag in jene 3eit ber Jïrieg in
jenem Sanbe mehr einen 3agb
glich, alé einem rcgelmagigen
Selbjugc. Sie Slmerifaner ^at^
In het jaar 1779 , toen de
oorlog tegen de Amerikanen
met grooten ijver op dat vaste
land gevoerd werd, lag eene
afdeeling van het Engelsche
leger aan de oevers van eene
rivier, en bevond zich in eene
van natuur zoo gunstige stel-
ling, dat het voor iedere mi-
litaire kunst moeielijk was
dezelve te overrompelen. Men
moet echter opmerken dat in
dien tijd de oorlog in dat land
meer naar eene jacht geleek, dan
naar een regelmatigen veld-