Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
309.
bron 7 van het licht en van de warmte 8, niet alleen 9 voor
de aarde, maar ook 9 voor alle planeten van ons stelsel 10.
Zij overtreft in lichamelijke 11 grootte onze aarde 1,400,000
maal. Zij is zoo groot, dat de aarde benevens 12 de maan
midden in haar geplaatst 13 konde worden, en dat de maan
bij haren tegenwoordigen afstand van de aarde niet alleen
gemakkelijk 14 om 15 de aarde keen loopen Ib konde, maar
dat er 16 ook nog aan genen kant 11 van Ae baan der maan 18
tot 19 den uitersten 20 rand der zon ruimte 21 genoeg zoude
overblijven 22 om nog vijf en twintig aardbollen 23 in eene
rij 24 achter elkander te plaatsen.
9. nicht allein... 15. um... ^tmm
laufcn.
16. wordt niet ver-
taald,
17. jcnfeit.
18. sOïonbbahn/f-3.
19. bié JU.
197.
fonbern auch-
10. ep(tem, n. 2.
11. förpcriich.
12. fantmt.
13. hineinfteCen.
14. bequem.
20. Sugerjt.
21. 9iaum, m. 2.
22. übrig bleiben.
23. (Erbfugel, f. 1.
24. Sveihe, f. 3.
De mensch heeft een vijfvoudig vermogen om de dingen
buiten 1 zich te erkennen: met de oogen ziet hij, door middel
van de ooren hoort hij, met de tong proeft 2 hij, door den neus
ruikt 3 hij en met alle zenuwen 4 voelt hij. — Het dorp ligt
aan deze zijde van de Main, boven de stad Frankfort, binnen
het Hessisch gebied 5, tegenover den berg. — De Tinto, eene
kustrivierO, die zich tusschen de Guadiana en den Guadal-
quivir in de Atlantische zee stort, heeft zijn naam (de ge-
kleurde 7) van zijn geel 8 water, dat koperachtig 9 is, en uit
de koperbergen voortkomt 10. In deze rivier leeft geen visch,
de planten aan hare oevers verdorren 11 en het water heeft
eene versteenende 12 kracht. Evenwel 13 verliest het deze
eigenschap weldra door de vereeniging met andere wateren 14.
1. außer.
2. fchmecfen.
3. riechen.
4. SRerue, f. 3.
5. ©ebiet, n. 2.
6. füfïenflug (ü),
m. 2.
7. gefärbt.
8. gelb.
9. fupferhaltig.
10. herfommen.
11. öcrborrcn.
12. toerftelncn.
13. boch.
14. SSaffer, n. 1.