Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
308.
het uitglijden te voorkomen en den schaatsenrijder 30 in
(den) staat te stellen 31 rechtuit 32 te loopen.
195.
Vervolg.
Ook bij het Noorweegsche leger 1 bevinden zich vier
kompagniën jagers, van 2 zulke sneeuwschaatsen voorzien 2,
welke daardoor een groot overwicht 3 over de andere jagers
hebben. Men noemt hem skielölere. Zij bewegen zich met
eene buitengewone behendigheid 4 en zijn, wegens de diepte 5
van de sneeuw, tegen elke vervolging der ruiterij 6 en van het
voetvolk 7 beveiligd 8. Het voornaamste 9 nut 10 van deze
jagers in den oorlog toont zich bij het verontrusten 11 van
een vijandelijk 12 leger op deszelfs marsch 13. Welke maat-
regelen van voorzichtigheid 14 de vijand ook nemen mag,
zoo is hij toch in bestendig gevaar door troepen 15, die aan
geen pad 16 en aan geen weg 17 gebonden zijn, maar zon-
der onderscheid over moerassen 18, meren 19, rivieren en
gebergten 20 gaan, overvallen te worden. Hunne mondbe-
hoeften 21 en bagage 22 worden op kleine sleden 23 mede-
gevoerd 24.
1. triegéheer, n. 2. 10. m. 1.
2. üerfchcn* mif. 11. beunruhigen.
3. Ueberlegenheit, f. 12. feinbllch.
4. Sehenbigfeit,f.3. 13. ?Oïarfch, m. 2.
5. ïiefe, f. 3. 14. aJorftchfémag?
6. 3ieiteret, f. 3. regel, f. 1.
7. gugüolf, n. 4. 15. Sruppe, f. 3.
8. fïchern. 16. pfab, m. 2.
9. porjüglich- 17. ©trage, f. 3.
196.
De Ehone stort 1 zich beneden 2 de stad Geneve 3 tusschen
het fort Ecluse en Seyssel, in een afgrond 4; de rotsen
boven 5 haar staan slechts eene schrede van elkander. Bij
Croupy is zij 180 voet lang overwelfd 6. — De zon is de
1. (ïürjen. 4. ©c^lunb, m, 6. überroölben.
2. unterhalb. 2. 7. ÜueHe, f. 3.
3. ©enf. 5, über. 8, 2Bärme, f. 3.
18. S0ïoraft(a),m.2,
19. ©ee, m. 3,
20. ©ebirge, n, 2.
21. sjfjunbporrath,
(ä), m. 2,
22. ©epa'cf, n. 2.
23. ©chlitten, m. 1.
24. fortfchaffen.