Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
306.
192.
De mensch alleen kan in de heetste en in de koudste landen
des aardbodems 1 leven. Hij kan zijn geheele 2 leven onder
den blooten 3 hemel doorbrengen 4, maar zich ook gedurende
zijn gansche leven 5 onder de aarde ophouden. — Ook het
aangezicht van den mensch geeft hem een' voorrang 6 boven 7
de dieren. Op hetzelve wordt zijne inwendige gesteldheid 8
als het ware 9 zichtbaar. — De mensch verplant 10 vreemde
nuttige gewassen 11 op vaderlandschen 12 grond 13. De wind
moet hem op de schepen de verbazendste 14 lasten aanvoe-
ren 15 en hij weet zijn weg over de groote waterwoestijnen 16
der zee 17 te vinden. — Het vuur is het fijnste en lichtste
onder alle lichamen 18. Daarom dringt 19 het zoo gemak-
kelijk in elk di)ig. — Dwaallichten 20 zijn brandende dam-
pen 21, welke op moerassige 22 , vuile 23 plaatsen 24 op-
rijzen 25 en over de aarde heen gedreven 26 worden.
1. grbbobcn, m. 1. 10. ecrpflanicn. 19. einbringen.*
2. ganj. 11. pflanje, f. 3. 20. irrlic^t, n. 4.
3. frei. 12. uaterla'nbifcf).
13. Boben (6),m. 1.
14. ungeheuer.
15. herbeiführen.
16. SBalfernjüftenei,
f. 3.
17. gjïeer, n. 2.
18. Jförper, m. 1.
193.
De eerste reis om de wereld ondernam een Portugees 1, met
name 2 Perdinand Magellaan. Hij ging 4 in liet jaar 1519 met
eene spaansche 3 flotille van vijf schepen onder zeil 4 uit de
stad Sevilla in Spanje, richtte 5 zijn koers 6 altijd westelijk 7
naar de zuidelijke 8 spits 9 van Amerika en ging hier door de
zeeëngte 10, welke het vaste land van Amerika van het Vuur-
land 11 scheidt 12 en in het vervolg 13 van hem haren naam
1. ï|5orfugtefe, m.3. 5. richten. 9. Êpigc, f. 3.
2. SRamenS. 6. Sauf, m. 2. 10. sOïeercnge, f. 3.
3. fpanifch. 7. n)e(ïlich. H- gcuerlanb, n. 4.
4. abfege(n,(«cM«?5.) 8. fübllch. 12. trennen.
4. jubringen.*
5. lebenslang.
6. 25orjug (ü), m. 2.
7. üor.
8. bic innere Befchaf?
fcnhelt, 3.
9. gleichfam.
21. 2)un|ï(ü),m.2.
22. fumpfig.
23. faul.
24. Ort, (ö), m. 4.
25. auffteigcn.*
26. umhertreiben.*