Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
302.
(Sr tfl S?on feinem greunbe »er? hij is door zijn vriend ver-
führt roorben, leid geworden.
3Jn, aan, op.
Op bij tijdsbepalingen wordt vertaald door an.
3lm erften ïDïai, op den eersten Mei.
3In einem (Sonntage, op eenen zondag.
ïïïa'cfejt, neben, naast.
Sïcben duidt de plaats aan, nachfï eene volgorde.
€t if{ nächft bir ber altcjïe, hij is naast u de oudste.
Sr liebt feinen 58afer nachjï hij bemint zijnen vader naast
6ott am meifïen, God het meest.
(Sie ftanb neben mir, zij stond naast mij.
Binnen, innerhalb, binnen.
Binnen wordt slechts met betrekking tot den tijd gebruikt:
Binnen acht Sagen, binnen acht dagen.
Anders bedient men zich van innerhalb zoowel bij bepa-
ling van tijd als van plaats:
innerhalb ber ©tabt, .binnen de stad.
innerhalb »iet SEochen, binnen vier weken.
XXX. OPSTELLEN OVER DE VOORZETSELS.
186.
Waar woont 1 mijnheer uw oom 2 ? Hij woont midden in
de stad, bij de kerk, tegenover het koffiehuis 3. Er is eene
fontein 4 voor zijn huis. Ik geloof dat alles maar in welke
straat woont hij? In de St. Pietersstraat5 bezijden het Tuig-
huis G. Onze tuin ligt buiten de stad. Men vroeg naar u.
Hij ging langs de rivier. Hij stak 7 het boek in den zak 8.
De appels hangen aan den boom. Hij blijft, wegens zijne
zwakke gezondheid, te huis. Ik ga door de stad cn gij kunt
om de stad gaan. De troepen 9 gaan over den Eijn 10. Voor
het huis ligt een vijver 11, en achter het huis eene weide.
1. roohnen. 5. petcré|ïra§e, 8. Safere, f. 3.
2. Oheim, m. 2. f. 3. 9. Stuppe, f. 3.
3.ÄaffeehauS(äu),n.4. 6. geughané (au), 10. Siheitt, m. 2.
4. Springbrunnen, n. 4. 11. Selch, m. 2,
m. 1. , 7. jteden.