Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
300.
cor biefem, voortijds.
bcei Sage cor ber .^oc^jeif, drie dagen voor de bruiloft.
2. Als het eene besclierming of veiligheid, een •waar-
schuwing of vrees, een vlieden, eene schaamte, een' schrik,
eene verwijdering, enz. beteekent, als:
@ott befchügt bie ©laubigen God beschermt de geloovigen
cor ©efahr,
mir finb uor ben geinben ftcher,
cr fürchtet ftch t>or ben SKäufen,
bie glucht üor 3emanben er?
grdifen,
üor einem 21nbern lücichen,
üor einer ©ac^e erfchrecEen,
fürchte bich nicht »or tnir,
c^ efelt mir t>or bem gleifche,
ber geinb floh t>or unö.
tegen gevaren,
wij zijn beveiligd voor de
vijanden,
hij is bang voor de muizen,
de vlucht voor iemand nemen.
voor eenen anderen wijken,
voor eene zaak schrikken,
wees niet bang voor mij.
ik walg van het vleesch.
de vijand vluchtte voor ons.
3. Om de werkende oorzaak eener zaak te beteekenen, als:
ich lï>ei§ t)or greube nicht, roo ik weet van vreugde niet.
ic() bin,
er fann öor ©chmerjen nicht
fchtafen,
er thut 3iaeé öor ftch,
üor .junger (ïerben,
er fann üor ïKattigfcif nicht
gehen,
4. Om de plaats in tegenoverstelling van achter uit te druk-
ken. In dit geval alleen vereischt dit voorzetsel den vierden
naamval, wanneer het eene beweging van eene plaats naar
eene andere aanduidt.
waar ik beji.
hij kan van pijn niet slapen.
hij doet alles uit eigen beweging,
van honger sterven,
hij kan van vermoeienis niet
staan.
üor bent Sh"" (ichen,
baé fcf)iüebt mir immer tor ben
Singen,
ftcl tor ihn nieber,
cr hielt bie .^anb tor bem ©eficht,
bie pfcrbe tor ben Söagcn
fpannen.
voor de poort staan,
dat zweeft mij altijd voor de
oogen.
hij viel voor hem neder,
hij hield de hand voorliet gezicht
de paarden voor den wagen
spannen.