Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
•297
vffiegcn, wegens; ungeac^fet, ondanks, niettegenstaande;
jufolge, volgens; gemäß, overeenkomstig, worden onverschil-
lig mor en na het naamwoord geplaatst, als:
man öcrac^tet l^n mcgen feineé ©cijeé of wel ook feincé ©eijeö
rcegen, men veracht hem om zijne gierigheid,
feineé 9vctcf)thnmé ungeachtet of ungeachtet fcineé 3lcichthutné,
ondanks zijn rijkdom,
jufolge beé Bricfcé, of bcm Briefe jufolge, volgens den brief.
Aanmerking. Wanneer het voorzetsel soms achter het gere-
geerde woord schijnt te staan, gelijk in: ge fch^amm ben
gluß über, hij zwom de rivier over, behoort het tot het werk-
woord (übcrfchiüimmen) en behoudt meestal zijne regeering.
5. De samengestelde woorden , welke gedeeltelijk voorzet-
sels, gedeeltelijk bijwoorden zijn:
Um — her, rondom. §8or — h'«/ voor — heen.
Um — herum, om — heen, 2>or — meg, voor — weg.
rondom. .ginter — her, hinten — brein.
Unter — n)cg, onder—door. achter — aan, enz.
Uebcr — meg, over — heen. QJuf — ju, op — aan.
95on — aué, van — uit. üluf — loé, op — los.
9Son — ab, van — af. 3tach — ju, naar — toe.
2>on — an, van — af.
worden in diervoege gescheiden, dat het naamwoord, hetwelk
zij beheerschen, in het midden geplaatst wordt; als:
fte reiten um bie ©tabt herum, zij rijden om de stad heen.
fte fïanben um ben SBagcn her, zij stonden rondom den wagen,
baé SBSaffcr läuft unter bie Brücfe her, het water vloeit
onder de brug door.
bic ivugel ging über meinen Äopf meg, de kogel ging over
mijn hoofd heen.
t»on cesicn aué, van Weenen (af),
won meiner 3ugenb an, van mijne jeugd af.
uon Sllteré her, van ouds her.
»om Slnfangc an, van het begin af.
cr lief »or mir her of hin, hij liep voor mij heen.
er lief »or mir t»cg, hij liep voor mij uit.
mir gingen hinter bcr Dieltcrci her, wij gingen de ruiterij
achter na.