Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Geber (f.) unb ber Rappeln (f.).
Sie (gfelö (m.) lieben ben ©iö^
teln (f.) unb bcr .^afer (m.).
Sic .pöbeln (m.), bie 55ol)rer (m.),
bic ©Jcigel (m.), bie Sßabcl (f.),
bie Sliegcl (m.), bic ©c^lüffcln
(m.) unb bic 9}icffer (o.) »erben
»on Gifen (o.) gcmadjt. ©eben
@lc ben ®d)üler bie ©riffel (tn.),
ber 3irfel (m.), bic gebern (f.)
unb bic ^infel (m.). ©Ic iHu;
bcrn (n.), bie ©cgcln (n.) unb
bie S^inipcl (m.) beö @4)iffcrö.
lieren. De ezels beminnen de
distels en de haver. De scha-
ven, de boren, de beitels, de
naalden, de grendels, de sleu-
tels en de messen worden van
ijzer gemaakt. Geef den scho-
lier de griffels, den passer, de
pennen en de penseelen. De
roeiriemen, de zeilen en de
wimpels van den schipper.
3.
©en ©ärfner f)at unö Äar#
toffel (f.),3lpfeln(m.),!S?iöpetn
(f.) unb sDIanbel (f.) gebradjt.
©ie Suffelö (m.), bie Gfelö (m.)
unb bic 53faulcfel (m.) gcrea^rcn
unö mef)r 9'Jugcn alö bicXigcr
(m.), bic ^anf^cr (m.), bic Df;
tcr (f.) unb bie «Biefel (o.). Gr
gab bie Slngel (f.) bem gifc^er,
ber .^obel (m.), ber Sourer (m.)
unb ber ?9?ei§el (m.) bem tx^iff
kr. ©eben ©k bk ©cfcmcftcr
ben ©djlckr (m.), ben 5ad)er
(m.), bk SRabel (f.) unb bie
©tednabel(f.). ©cr@ommcr(m.)
i|l angenehmer alö ben SBinter
(m.).
i
©k Guropäer fdjreiben mit (3)
Sebern (f.). unb ©riffel (m.), bk
3nbianern auc^ mit ^infeln (f.).
bringen @k bcr Siechen (m.), bic
Leiter (f.), bie ©ic^el (f.) unb bk
De tuinman heeft ons aard-
appelen, appelen, mispels en
amandelen gebracht. De buf-
fels , de ezels en de muilezels
verschaffen ons meer nut dan
de tijgers, de panters, de otters
en de wezeltjes. Hij gaf de
angels aan den visscher, de
schaaf, de boor en den beitel
aan den schrijnwerker. Geef
den sluier, den waaier, de
naalden en de spelden aan de
zuster. De zomer is aange-
namer dan de winter.
De Europeanen schrijven met
pennen en griffels, de Indianen
ook met penseelen. Breng de
hark, de ladder, de sikkels en
de hooivorken aan den tuinman.