Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
288.
@rö§c bcr ®rbe nic^f nie^c aué
alé Heine Saubförner auf einer
Äegelfugel. — Sie Serene jielgt
pngenb langfam herauf' tié
man fîe faum mehr fieht unb
fällt benn plöglich lieber hinun?
ter. — 3n ber ©chlac^jt bei
Pultaroa fuhr jfarl XII fort
ju fommanbiren, roie fermer er
auch ücrrcunbet icar; unb über?
lieg fich ter SSerjroeiflung nicht,
fo fchrecflich auch feine Sage
tpar. — SSie mehr er geroinnt
bcfîo mehr giebt er aué. — ®ie
langer, wie beffcr.
bij de grootte der aarde niet
meer uit dan kleine zandkor-
rels op eenen kegelbal. — De
leeuwerik stijgt zingend lang-
zaam naar boven, tot men hem
nauwelijks meer ziet en valt
dan plotseling weder naar be-
neden. — In den slag bij Pul-
tawa ging Karei XII voort
met kommandeeren, hoe zwaar
hij ook gewond was en gaf
zich niet aan de wanhoop over,
hoe verschrikkelijk ook zijn
toestand was. — Hoe meer hij
wint, des te meer geeft hij
uit. — Hoe langer hoe beter.
OVER DE VOORZETSELS.
De voorzetsels zijn onveranderlijke woorden, welke gewoon-
lijk voor de naamwoorden gesteld worden, en de betrekkingen
tusschen eene zaak of een persoon en een anderen aanduiden.
Daar de voorzetsels verscheiden naamvallen en dezelfde
voorzetsels somtijds zelfs, naar mate van hunne betrekkin-
gen, nu den eenen, dan den anderen naamval regeeren, ver-
eischen de regelen van dit taaldeel eene bijzondere oplettendheid.
a) Voorzetsels, die den tweeden naamval regeeren.
lïatt, anfïatt, in stede, in plaats
van.
halber, halben, halve,
laut, luid.
fraft, Permöge, uit kracht van,
krachtens,
megen, wegens,
bleéfeit, aan deze zijde,
fcnfelt, aan gene zijde,
unmeit, niet ver van.
mittelfï, (mittelé), ücrmlttelfi,
door middel van.
ungeachtet, ongeacht, in weer-
wil van.
um — njillen, om — wil.
oberhalb, boven,
augcrhalb, buiten,
innerhalb, binnen,
unterhalb, onder, beneden,
mährenb, gedurende.