Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
OEFENING.
Het meervoud te vormen van de volgende woorden:
bcr ginger, de vinger,
bcr Siger, de tijger,
bic ®l|ter, de ekster,
bcr 2Jblcr, de adelaar,
bic 2(mfel, de meerle.
bic ffiac^tcl, de kwartel,
bcr Saben, de winkel,
baó gcnfïer, het venster,
ber jïeacr, de kelder,
bie Drgcl, het orgel,
bie ïoc^ter, de dochter,
bie ^citcr, de ladder,
bcr jïa|ïcn, de kast.
baé Safter, de ondeugd,
bic 5Surjel, de wortel.
bie ?pappel, de populier,
ber (Sc^lüffcl, de sleutel,
bie ©c^üflfcl, de schotel,
bic ^artoffel, -de aardappel,
bie ?!)Jutter, de moeder,
bcr 9)ïantef, de mantel,
bcr Dïebner, de redenaar,
bie ©c^njcfïcr, de zuster,
bcr SIpfcl, de appel,
ber -^ügcl, de heuvel,
ber gabcn, de draad,
ber Sluffc^jcr, de opziener,
bcr Svicgcl, de grendel,
baé SBiefcI, het wezeltje,
bcr SJogel, de vogel.
OPSTELLEN TER VERBETERING.
Scr Sruber beö jfaiferö. Sic
@c^n)e(^er üon bcm Siitter. 2)lc
Stauer (f.) bcö jflof^cr^ (n.), 2)cr
Dfcn (m.) bc^ ^äcfcrö. Sie
bein (m.) beö SBlntcrö (m.), Sic
©d)roe|ler liebt ber SSrubcr. Sie
Slblcr (m.) unb ©eier (m.) finb
Siaubüogcin (m.). SicSro|]cl(f.)
bic 2Jmfel (f.) unb bic Sffiadjtcl (f.)
finb ©ingoogeln (m.). Sie
ber (f.) öon bcm giöüogcl (m.)
finb fc^on. Sic Soc^fer liebt
bcr 33atcr unb bie SKuttcr.
De broeder des keizers. De
zuster van den ridder. De
muren van het klooster. De
oven van den bakker. De ne-
velen des winters. De zuster
bemint den 'broeder. De ade-
laars en gieren zijn roofvogels.
De lijsters, de meerlen en de
wachtels zijn zangvogels. De
vederen van den ijsvogel zijn
schoon. De dochter bemint
den vader en de moeder.
2.
Scr ©c^jnaber (m.), bleglü^
gein (m.) unb bie gcbcrn (f.) ber
SSogel (m.). Sie ÏBursel (f.) bec
14' DRUK.
De bek, de vleugels en de
vederen der vogels. De wor-
tels der ceders en der popu-
2