Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
286.
iDÖhtn laufcn ©ie? waar loopt
gij naar toe?
n)of)er fommen ©te? waar komt
gij van daan? of van waar
komt gij ?
ich rotll nicht hinüber, ik wil
niet naar de overzijde, naar
gene zijde (gaan, enz.).
er fommt nicht herüber, hij komt
niet over (van gene zijde),
ich KJitt hinunter gehen, ik wil
naar beneden gaan.
fommt cr herunter? komt hij
naar beneden?
fïe fommt baher, daar komt
zij van daan.
hin unb her, heen en weer.
XXIX. OPSTELLEN OVER DE BIJWOORDEN.
184.
Mijn vriend is in zijn studeervertrek 1, ik zal naar binnen
gaan, om met hem te spreken. Kom boven mijnheer! en
ga niet weder naar beneden, want wij hebben ten minste
drie uren noodig, om over 2 deze zaak te spreken. Ziet gij
dezen berg? ik zal daar o^Mimmen^, om het gezicht 4 der
opgaande zon te genieten. Toen ik op 5 dezen boom zat 6.
zeide ik: Ik zal er afklimmen; want ik vrees dat de takken 7
te zwak zijn, om mij te dragen. Ik ben er van ochtend weer
o^geJclommen 8, om eenige appelen te eten. Hebt gij den
sleutel 9 van den kelder 10. Ja mijnheer! Haal er dan eene
flesch 11 wijn uit, en als gij weder naar boven komt, sluit 12
dan de deur wel. Wat doet gij in 13 dit donkere 14 vertrek 15?
kom er uit, ik zal u de deur van mijne boekenkamer 16 ope-
nen 17. Zij is open; ga er dan in. Gij moet er het eerst 1%
ingaan, ik zal u volgen. Mijn broeder stond aan de over-
zijde van de rivier 20 , en, schoon 21 ik hem toeriep 22:
Kom er over, antwoordde hij: ik wil er niet over.
1. ©tubirlïnbe, f. 3. 9. ©c(;Iü(fel,m. 1. 17. auffchliegen,*
10. JïcUer, m. 1.
11. Slafche, f. 3.
12. jufchltegen.
13. In, (3).
14. bnnfcl.
15. 3tmmcr, n. 1.
16. Büchcr(tube,f.3.
2. über, (4).
3. (ieigen.*
4. SJlnblid, m. 2.
5. auf, (3).
6. ftgen.*
7. Sroctg, m. 2.
8. flettern.
öffnen.
18. juerfï.
19. jenfcttS, (2).
20. glug (ü), m. 2.
21. roiemohl.
22. jnrufen.