Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
280.
täglich, dagelijks,
ohne 2luffchub, zonder uitstel,
juroeilen, btóroeilen, somtijds,
ehemalé, ehebcm, voormaals,
eertijds.
t)or bie fem, voorheen.
2. Bijwoorde
hier, hier.
ba, daar.
bort, daar, ginds.
WO, waar.
roeit, ver, wijd.
fern, ver, afgelegen,
nahe, na, nabij,
überall, overal.
Irgcnb, ergens.
nirgenb of nirgenbé, nergens.
oben, boven.
unten, beneden.
brobcn, boven, daarboven.
innen, binnen.
augen, buiten.
braugen, buiten.
brüben, aan de andere zijde.
hinten, achter.
Dorn, voor.
jenfeité, aan gene zijde,
bleéfeité, aan deze zijde.
bafelb)t, aldaar,
hiefclblï, hier ter plaatse,
roeg, weg.
untcrroegeé, onder weg, op
weg.
fort, voort,
rechtö, rechts,
llnfé, links,
fcitroarté, zijdelings,
öorroarté, voorwaarts, vooruit.
neulich, öor furjem, kortelings,
jüngfl, onlangs.
aHmahlich, allengs,
nach unb nach, langzamerhand.
bamalé, toen.
n van plaats,
abroarté, afwaarts,
rüdroarté, achteruit,
rücflingé, ruggelings,
jurücf, terug,
bergan, bergop,
bergab, berg af.
bergauf, berg op.
hinüber, over.
herüber, over.
hierhin, hierheen,
borthin, daarheen,
barübci:, daarover,
barunter, daaronder,
baher, van daar.
allerroarté, overal,
allenthalben, overal,
irgenbroo, ergens,
bié hieher, tot hier.
bié bahin, fo roeit, tot daar.
ton hier, tot hier.
hier burch, hier door.
hin unb her, heen en weer.
hier unb ba, hier en daar.
anberéroo, elders,
augerbem, überbleé, daaren-
boven,
nahe, nabij.
üon roelten, üon fern, van verre,
barinnen, binnen, daarin, bin-
nen in.
üon innen, van binnen.