Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
279.
(Sich auf (4) ben Boben ju
rcecfen unb Saften ju tragen
roirb eö obgericht; bemüthig
unb gebulbig beugt (ß bie jfnie
üor (3) fein 2i;rann, bamit er
bequem eö belabe. 2Juf ben
3Binf beffelben erhebt eö fich
unb folget ihm. gr na'hrt (ich
öon (3) bie ?0;ilch beS j?ämeelS,
er igt fein gleifch unb fleibt
ftch in (4) feine SSoße.
ten deel. Om zich op den
grond te werpen en lasten te
dragen wordt hij afgericht;
deemoedig en geduldig buigt
hij de knie voor zijn tiran,
opdat deze hem gemakkelijk
belade. Op diens wenk staat
hij op en volgt hem.Demensch
voedt zich met de melk des
kameels, hij eet zijn vleesch
en kleedt zich in zijne wol.
OVEE DE BIJWOOEDEN.
De bijwoorden kunnen niet verbogen worden, gelijk wij
reeds opgemerkt hebben; zij hebben geslachten noch personen.
Men verdeelt de b ij woorden aldus:
1. Bijwoorden van tijd.
heute, heden.
morgen, morgen.
übermorgen, overmogen.
gefiern, gisteren.
fogleich, aanstonds.
üorgeftern, eergisteren.
balb, welhaast.
fpat, laat.
jemalé, ooit.
niemalé, nooit.
nimmer, nimmermehr, nimmer.
jcberjeit, immer, altijd.
|e§t, thans.
fonjt, voorheen.
nun, nunmehr, nu.
porher, voorheen.
nad;her, naderhand.
fchon, reeds.
bereits, bereids.
eben, juist.
bereinft, te eeniger tijd.
nachftené, weldra, binnen
kort.
bann unb ipann, somwijlen,
nu en dan.
hinfort, forthin, fünftig, voort-
aan.
einft, eens, eeTimaal.
gegenroärtig, tegenwoordig,
früh, vroeg.
5ur Unjeit, unfchicflich, ten
ontijde.
jur beflimmtcn geit, te bestem-
der tijd.
je eher, je lieber, hoe eer, hoe
liever.
aufé langfïe, op zijn hoogst,
langst.
unPcrfchenS, onvoorziens,
jährlich, jaarlijks,
monatlich, maandelijks,
wöchentlich, wekelijks.