Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
277.
jîaracck gctranft, fo werben bic
Jclte abgebrochen, bie gabun?
gen aufgefchnaßt^ lufîig ertönt
bie pfeife, unb bie 3îeife gc^t
bcm 3iele ju. îHJochcn gehen
vorüber j eine ginöbe öcrficrt fïch
wieber in (3) ber anbere in (3)
fîcte ginförmigfeit. .^eigcîagc
wechfeln mit (3) falte gîachte
ab. 21m îage geht bcr 3)iübe
im (Schatten beé jîameclé, cé
wcnbt fïch gegen (4) jhn unb
lecft ihn bicJ^anb- beé^îachté
erwärmt cr ihn. ©er gh<»mfîn
wäljt feine ©luthen über (4)
bic gbcnen j baé Jîamcel ifî wie?
bcr bem îOîenfchen Schirm üor (3)
biefcé Ungeheuer, gine grüne
ganbfc{;aft fpiegclt ftch in (3)
bcn güften, in ber gerne glänjt
cin See. Sic Dafe ifî erreicht!
SSergebltche .Ç)offnung! Säu?
fchung unb îrugbilber fïnb cé-
bie Sanbfchaft ucrgcht^ bcr See
wirb JU Steppe, über (4) luelche
SaljfrçfîaHe fîatt (2)berÛueI;
len, ihr ©lanj (m.) verbreiten.
43.
S)ie 5Sa(ferfchläuche werben
leer, bte Jage heißer, läftiger,
bie Schritte bcr .S'arabane cr?
lahmen. Sa wirft bu, o treu
Shter, nochmalé ben 3ietter
bcincé J^errn; mit (3) bein Blut,
mit bein geben crfaufft bu baé
fetntge. gr ftößt ben SolcJ;
gevuld, de kameelen gedrenkt,
dan worden de tenten afgebro-
ken, de ladingen opgegespt;
vroolijk klinkt de pijp en de
reis gaat naar het doel. Weken
verloopen er; de eene woeste
plaats verliest zich weder in
de andere in bestendige gelijk-
vormigheid. Heete dagen wis-
selen af met koude nachten.
Des daags gaat de vermoeide
in de schaduw van den kameel;
het dier wendt zich naar hem en
likt hem de hand; des nachts
verwarmt het hem. DeChamsin
(een brandende wind) wentelt
zijn gloed over de vlakten;
de kameel is weer den mensch
een scherm tegen dit monster.
Een groen landschap spiegelt
zich in de lucht, in de verte
blinkt een meer. De oase is
bereikt! Vergeefsche hoop !
Eedrog en bedriegelijke beelden
zijn het; het landschap vergaat;
het meer wordt tot eene steppe,
over welke zoutkristallen in
plaats van bronnen hun glans
verspreiden.
De lederen waterzakken wor-
den ledig, de dagen heeter,
lastiger; de schreden der kara-
vaan verlammen. Daar wordt
gij, O trouw dier, nogmaals de
redder van uw meester; met
uw bloed, met uw leven koopt
gij het zijne. Hij stoot den