Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
276
(cifc etimme ucnichm«« läßt;
baé i?amcel ^)<^t i^n aué (3)
btc gerne fc^on gcfpurt unb
gewinnt plö^lich feine jïrafte
wieber, fchreifet rafch »oran;
ihm luftig nach bet ganje^ug.
tijii eene bron; eene levend
begravene, die hare zachte stem
laat vernemen; de kameel heeft
ze uit de verte reeds be-
speurd en krijgt plotseling zijne
krachten weder, stapt schie-
lijk vooruit; de gansche tocht
hem lustig na.
41.
55a ftcht eé fliU unb haumt
ftch »or greube. Slué (3) jebcé
2<uge blidt ein lebenbe 6trahl
(m.), bie matte ©liebet burch?
jucft eleftrifch geuer. (Eé fïellt
fïd; bie Äaratiane im iïreife;
eifrig wirb bet 55oben aufge?
fcharrt, unb aué beé ©rabeé
ïiefe tritt ber Üuett gla'njenb
an ben ïag, unb alleé ftürjt
hin ftch erlaben am unter?
wüftlichen SebenéqucH, an bcm
erwecfenben ficht bet €"rbe. Sie
erftarrten 3>"ige werben milbet,
bie 2lugen hetfer, bet SKunb ifl
geftahlt, bie Gräfte wad;fcn.
ODïan lagert fïch, bie 3eltc mtbcn
aufgefchlagen, bie ïh^cre gcfüt?
tert, mit @orgfalt öom ©taube
gereinigt. Sa fïnb aße Stang?
fale eergeffenj ®ef pracheerheifern
bie Sïachtj 50ïahrchen werben
crjahltj bie leere 333ü|ïe ifï ju
(3) ein parabieé worben.
Daar staat hij stil en steigert
van vreugde. Uit ieder oog
blinkt een levende straal; de
vermoeide leden doortrekt een
elektriek vuur. De karavaan
plaatst zich in den kring, ijve-
rig wordt de grond opgegraven,
en uit de diepte van het graf
treedt de bron schitterend aan
den dag, en alles snelt toe om
zich te verkwikken aan de
onvernielbare levensbron, aan
het opwekkend licht der aarde.
De verstijfde gelaatstrekken
worden zachter, de oogen hel-
der, de mond is versterkt, de
krachten groeien aan. Men
legert zich, de tenten worden
opgeslagen, de dieren gevoe-
derd , met zorgvuldigheid van
het stof gereinigd. Daar zijn
alle vermoeienissen vergeten;
gesprekken vervroolijken den
nacht; sprookjes worden er ver-
teld; de ledige woestijn is tot
een paradijs geworden.
42.
Unb ifï baé gefï öotüber,
fïnb bie ©chlauchc gefußt, bie
En is het feest voorbij, zijn
de lederen zakken met water