Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
274.
13. roohl.
14. ntchté S5öfcé.
kwaads 14 te verwijten 15 heeft, eu zich den slaap gerust
in de armen kan werpen (*) ? Maar wee dengenen die
zich over zijne dwaasheden 18 en gebreken moet schamen 17!
Hem geeft zelden 19 de nacht de gezochte verkwikking 20 ,
die den schuldeloozen 21 vermoeide 22 beloont.
11. üerfchlimmern. 15. torroerfcn. 19. feiten.
12. Urfache haten.* 16. roehe aber bem. 20. (grqulrfung^f.S.
17. fich fchamen (2). harmloé.
18. ïhorheif, f. 3. 22. mübe.
183.
Het is mij nog altijd 1 alsof 2 ik slechts 3 gedroomd had,
dat gij mij voor 4 eenige dagen bezocht 5. — Gisteren hoorde
ik u zingen en thans 6 zal ik u met genoegen aanhooren 7,
indien gij mij iets wilt voorlezen 8. — Ik stel mij zijnen persoon 9
nog recht levendig 10 voor. — Gisteren stak 11 mij eene bij
in 12 de hand, dewijl 13 ik mij niet in acht nam 14. —
Vele dieren leven slechts een dag. — Zij volgt haar voor-
beeld 15 na. — Hij diende zijn koning getrouw en was 16
voor zijn Vaderland mdtiglQ. — Hebt gij hem gesproken.—
Het verwondert 17 mij dat hij het gevaar 18 zoo trotseert 19.
1. immer.
2. alé ob.
3. blog.
4. t)or, (3).
5. befuchen.
6. jegt.
7. juhören.
8. üorlefen.
9. spcrfon, f. 3.
10. recht lebhaft.
11. fïechen.
12. in, (4).
13. weil.
14. jïch eorfehen.
15. qseifpiel, n. 2.
16. nügcn.
17. ronnbern.
18. ©efahr, f. 3.
19. trogen.
OPSTELLEN TER VERBETERING.
39.
De kameel.
£)er sSïorgen bnmmert über
(3) bie 5Süfie; bie tarapanc
fchreit in (3) langen Jug bie
fahl cnblofe gbene hin «nb
förbert ihre Schritte nach (3)
bem einförmigen Son ber pfeife.
De morgen schemert over
de woestijn; de karavaan treedt
in langen optocht de kale, ein-
delooze vlakte over en zet hare
schreden voort naar den een-
vormigen toon der pijp. De
(*) Dat is: en zich gerust in de armen van den slaap kan werpen.