Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
273.
bijna gelooven, dat zijne vreugde mij zeiven gold 9. — „Wien
niet te raden is, die is ook niet te helpen!" zeide de genees-
heer 10 tot den zieke, die hem om bijstand 11 had laten ver-
zoeken 12, zonder 13 zijne voorschriften 14 op te volgenlh.
7. unerwartet. 10. 2lrjt (ä), m. 2. 13. o^nc, (4).
8. machen. 11. 55cltïanb, m. 3. 14. Vorfch.rift, f. 3.
9. gelten.* 12. bitten.* ]5. ju befolgen.
181.
Wie een doel 1 wil bereiken 2, die moet zich ook gaarne
van de middelen bedienen, die hem daartoe 3 geleiden 4.—
Ik hoopte u tot mijn buurman te bekomen; maar mijne hoop
heeft mij bedrogen 5. — Ik geloof u een dienst 6 te bewij-
zen 7, wanneer ik u op uwe gebreken 8 oplettend 9 maak, en
gij 7ieemt mij dit hvaüjklO'^—Gij neemt mij toch II mede,
wanneer gij uw oom 12 weder bezoekt? — Vergeef mij, ik
had mij vergist 13, terwijl 14 ik u voor 15 mijn broeder hield.
— Wie u kent, moet u voor onbekwaam 16 verklaren 17, om
anderen ongelijJclS aan te doen\%. — Ik gaf mij alle moeite 19,
om hun dit te verklaren, maar het gelukte 20 mij niet.
15. für, (4).
16. unfähig.
17. erflären.
18. Unred^t thun,*
19. gjlühe, f. 3.
20; gelingen.
1. 5»ecf, m. 2. 8. gehler, m. 1.
2. crreid;en. 9. aufmerffam.
3. baju. 10. übel nehmen.*
4. führen. 11. boch«
5. täufchen. 12. OnUi, m. 1.
6. Sicnfï, m. 2. 13. ftch »erfehen.
7. leiflcn. 14, inbem.
182.
Houd vooral 1 de belofte 2 die gij mij gedaan 3 hebt! —
Laat mij vooral spoedig 4 een' brief van u zien, en laat mij
ten minste 5 de hoop u weldra weder te zien ! — Wanneer
gij u naar leä hegest 6, zoo houdt u altijd de vraag voor:
Hoe 7 hebt gij den dag van heden 8 besteed 9 ? hebt gij u
verbeterd 10 of verergerd 11 ? Heht gij reden 11 u te verblij-
den of u te bedroeven ? — Wel 13 hem, die zich niets
1- 5. wcnigftcné. 8. ber heutige Sag,
2. Verfprechen, n. 1. 6. fïc$ ju ^ette iv 2.
3. geben. gen. 9. benu^en.
4. balb. 7. iBie? 10. belfern.
14° DRUK. 18