Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
266.
dat gewoonlijk in den tweeden naamval, of met een voorzetsel
er bij, uitgedrukt wordt; b. v. id) freue mich ©eineé ©lüifé
of über Sein (Slücf, ik verheug mij over uw geluk, enz.
Eene uitzondering maken de op bladz. 261 N°. 3 aangehaalde,
ftch anmaßen, enz.
4) Ook zeer vele onpersoonlijke werkwoorden vereischen
den vierden naamval, wanneer zij eene bedrijvende beteekenis
hebben, of iets aanduiden, dat betrekking heeft op den ge-
heelen innerlijken toestand en de gemoedsgesteldheid van den
daarbij uitgedrukten persoon; b. v. eé betrifft mich, tich,
ihn, fïe, enz. het gaat mij, u, hem, haar aan, enz.
Zoo ook:
eé befrembet mid;, het bevreemdt mij.
eé beflemmt mid), het maakt mij benauwd.
eé befaßt mich, er overkomt mij.
eé betrübt mich, ^if't bedroeft mij.
eé bürftet mich, ik heb dorst.
eé bauert mich, ™ij
eé bünft mich, dunkt.
eé freuet mich, het verheugt mij.
eé friert mich, ik ben koud.
eé geht mich an, het gaat mij aan.
eé gclüfïet mich, ik ben begeerig naar.
eé gereuet of reuet mich, ii®^ berouwt mij.
eé giebt einen ©ott, er is een God.
cé giit mich, geldt mij.
eé hungert mich, ik heb honger.
eé jammert mich, ik heb medelijden.
cé jucft mich, het jeukt mij.
eé friebelt mich, het kriewelt mij.
eé fümmert mich, bedroeft mij.
cé lächert mich, ik moet lachen.
eé nimmt mich SBunber, het doet mij nieuw.
eé fchert .(fchiert) mich nichté, het scheelt mij niets.
eé fchlafert mich, ik heb slaap.
eé fchmcrjt mich, het smart mij.
eé fchroigt mich, ik zweet.
eé fïid)t niich, het steekt mij.