Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
264.
Cé gebührt mir, het komt mij toe.
cé gehört mir, het behoort mij.
eé gelingt mir, het gelukt mij.
eé gereicht mir, het verstrekt mij.
eé gejiemt mir, het betaamt mij.
eé glürft mir, het gelukt mij.
eé graut mir, ik ijs.
eé graufet mir, ik beef, ik sidder.
eé grauelt mir, ik heb een gruwel.
eé fommt mir (gelegen), het komt mij (gelegen).
eé fofiet mir, het kost mij.
eé lagt mir (gut ober fchlecht), het staat mij (goed of slecht).
eé leucf)tct mir, (ein, in bie Singen), het valt mij in.
eé liegt mir baran, er is mij aan gelegen.
eé mangelt mir (an), het ontbreekt mij (aan).
eé mißfallt mir, het mishaagt mij.
eé fcfjabet mir, het doet mij nadeel.
eé fcheint mir, het schijnt mij toe.
eé fchaubert mir, ik huiver, ik ril.
eé fchroinbelt mir, ik ben duizelig.
eé fd;immert mir (üor ben 2lugcn), het schemert mij (voor de oogen).
eé fchmccft mir, het smaakt mij.
eé fchroebt mir (cor ben 2lugen), het zweeft mij (voor de oogen).
eé fïgt mir, het zit mij.
eé fïecft mir (in jfopfe), het steekt mij (in het hoofd),
eé fleht mir (an, frei, im 2Begc), het staat mij (aan, vrij, in
den weg.
eé fïögt mir (auf), het breekt mij (op),
eé thut mir £eib, het spijt mij.
eé träumt mir, ik droom.
eé »erfchlägt mir (nichté), het is mij onverschillig,
eé mährt mir, het duurt mij.
eé roäffert mir (bcr ?Oïunb), ik watertand,
eé jiemt mir, het betaamt mij (*).
d) Werkwoorden met den vierden naamval op de vraag
wien? of wat?
(*) ])e onpersoonlijke werkwoorden kunnen ook even goed zonder eS gebezigd
worden; mir o^nct, mir iegegnet, enz.