Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
262.
mid^tn, wijken, onderdoen. iDohlwoIlcn, wel mogen, ge-
millfahrcn, inwilligen. negen zijn.
Winfcn, wenken. juüorfommcn, voorkomen,
en in het bijzonder bij alle onzijdige werkwoorden, samen-
gesteld met ab, atl, auf, aué, bet, ein, entgegen, nach,
unter, »or, rolber en ju.
abhelfen, verhelpen. nachgehen, nagaan,
auflauern, loeren, bespieden. nad)fchen, nazien,
aufwarten, dienen, zijne op- nach(tellcn, belagen, lagen leg-
wachting maken. gen.
aushelfen, uithelpen, bijstaan, öorarbettcn, voorwerken,
ausweichen, ontwijken. vorbeugen, voorkomen, ver-
beipflichten, toestemmen. hinderen,
belflehen, bijstaan, ondersteu- toorlcuchtcu, voorlichten.
nen. wiberfprcchen, tegenspreken.
bei(ïimmen, toestemmen. wibcr|ïehen, wederstaan.
eingehen, instaan. juhören, aanhooren.
nachahmen, navolgen, nama- jurufeu, toeroepen.
ken. jufchen, toezien,
nachäffen, naäpen. jutrinfen, toebrengen,
nachbenfen, nadenken. juwinfen, toewenken,
nacheifern, naijveren.
De meeste dezer werkwoorden kunnen in een zeker opzicht
lijdend gemaakt worden. Want schoon men wel niet kan
zeggen: ich "'«"'be gcbanft, begegnet, gefchmeichelt, enz. kan
men echter bij de meeste der hier opgenoemde den lijdenden
vorm bezigen, mits men het persoonlijk voornaamwoord niet
in den eersten, maar in den derden naamval plaatse: mir
wirb gebanft, Sir würbe begegnet, ihm würbe gefchmei?
chelt, enz.
Andere werkwoorden kunnen in het geheel niet lijdend
gemaakt worden, en regeeren diensvolgens insgelijks den derden
naamval van den persoon, even als in het Nederlandsch, b. v.:
entfliehen, ontvlieden. gefallen, behagen,
entgehen, ontgaan. gehören, behooren.
entfprechen, beantwoorden. gelingen, gelukken,
entweichen, ontwijken. gleichen, gelijken,
fehlen, missen, ontbreken. fofïen, kosten.