Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
260.
staan zal, dan moet de persoon in den derden naamval staan,
ich »erftchcre meine JF)ochachfun3. Zoo ook voegt men
er den derden naamval bij, wanneer de vierde naamval is
uitgelaten of door andere woorden vervangen wordt; b. v.
3ch terftchere cr nicht ba ift-
Zoo hebben ook de volgende wederkeerende werkwoorden
waarbij het tweede persoonlijke voornaamwoord in den vierden
naamval staat de zaak in den tweeden naamval, terwijl de
voorzetsels, waarvan men zich in het Nederlandsch bedient,
in het Hoogduitsch wegblijven.
ftch (cinc^ iïinbeé, eincé Singeé) annehmen, aannemen,
zorg dragen,
— (einet: Sache) bebienen, zich (van eene zaak) bedienen.
— beflcigen of befleißigen, zich toeleggen.
— begeben, (van iets) afstand doen.
— bemächtigen, bemachtigen.
— bemeifïern, zich meester maken.
— befcheiben, (in eene zaak) berusten.
— beftnnen, zich bedenken.
— entäußern, zich (van eene zaak) ontdoen, laten varen.
— enthalten, zich onthouden.
— entftnnen, heugen, zich herinneren.
— entfchlagen, zich ontdoen, bevrijden.
— cntbrechen, in gebreke blijven.
— entmöhnen, zich ontwennen, spenen.
— erbarmen, zich erbarmen, ontfermen.
— erinnern, zich herinneren.
— ermehren, zich verweren.
— freuen, zich verheugen.
— getröftcn, zich getroosten.
— rühmen, zich (op iets) beroemen.
— fchämen, zich (over iets) schamen.
— überführen, zich overtuigen.
— »erfchen, verwachten.
— rceigern, weigeren.
Aanmerking. Sommige dezer werkwoorden hebben ook
niet zelden de zaak in den vierden (in plaats van in den
tweeden naamval) bij zich; echter geschiedt dit altijd door