Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
257.
175.
Door 1 vrienden en vijanden verraden 2 en vervolgd 3,
vluchtte 4 Tliemistocles naar Perzië 5. — Cesar 6 vreesde 7
als opjDerheer 8 der Romeinen niet de sierlijk 9 gekapte 10
en welgevoede 11 jongelingen, maar 12 de uitgeteerde 13 en
bleek 14 daarheen sluipende 15 mannen. Op eene verrader-
lijhe wijze verm.oord geworden zijnde 16, stelde 17 Antonius
het door drie en twintig dolksteken 18 doorboorde 19 lijk 20
in het bloedig gewaad 21 ten toon 17, en poogde 22 door
eene hmstig uitgewerkte 23 lijkrede 24 het volk tot looede
en wraak 25 tegen 20 de moordenaars 27 te ontvlammen 28.
1. t>on, (3).
2. t>ert:afl)cn.*
3. tcrfolgcn.
4. piefen.*
5. ^crficti.
6. ßäfar.
7. fürchten.
8. Dberherr, m. 3.
9. jicrllch.
10. gefräufclt.
11. wohlgenährt.
12. fonöern.
13. abjchrcn.
14. bleid).
15. ciuhcrfchleichen.
16. burch 50ïeuchcl?
morb fallen.*
17. aufitellen,
18. S)olch(tich, m.
2.
19. burchbohren.
20. Seichnam, m. 2.
21. In blutigem
©eroanbc.
22. fuchen.
23. funfireich aué?
gearbeitet.
24. gcichcnrebe, f. 3.
25. jur ïïïuth unb
Svache.
26. gegen, (4).
27. ?OJörber, m. 1.
28. entflammen.
OVEE DE EEGEEEING DER WEEKWOOEDEN.
d) Werkwoorden met den eersten naamval op de vraag
wie of wat?
De eerste naamval is het onderwerp der handeling en wordt
gevonden door de vraag iDCr? of n)aé? (wie? of wat?) b. v.
ber Bruber fchreibt. (3Bcr fchreibt? — ber Brubcr). Sie Slofe
riccht angenehm. (ïöaó riecht angenehm? — bie 3ïofe). £)er
geinb raurbe gcfchlagcn, de vijand werd geslagen. SSJer murbe
gefchlagcn? — bcr geinb).
De werkwoorden:
fetn, zijn.
merbcn, worden,
heigen, heeten.
bleiben, blijven,
fcheinen, schijnen.
14° druk. 17