Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
256.
culanum bevond. Deze eerste ontdekkingen gedaan zijnde,
vond men later een buitengewonen 1.3 schat 14 van 15
standbeelden in marmer 16 en brons 17 en vele andere merk-
waardige gedenkteekenen 18 der oudheid 19. Doch die stad
met eene tachtig tot negentig voet dikke laag 20 lava bedekt 21
zijnde en de plaatsjes 22 Portici en Eesina hierop 23 liggen-
de 24 heeft men de verdere 25 nagravingen 26 opgegeven 27.
13. augcrorbcntlich- 19- Slltcrfhum (ü), 25. mcit.
14. (a), m. 2.
15. üon, (3).'
16. gjjarmor, m. 2.
17. SSronje, f. 3.
18. ©cnfmaf, (a),n.
4.
n. 4.
20. gage, f. 3.
21. überberfen.
22. Di-t, m. 2.
23. hierauf.
24. liegen.
26. SRachgrabung,
f. 3.
27. aufgeben,
{scheidbaar).
174.
Vervolg.
Eerst om 1 het jaar 1748 vond men het oude Pompei.
Daar het slechts 2 met 3 eene hooge laag 4 asch 5 bedekt
was en op 6 deze asch slechts weinig huizen stonden, heeft
men de opgraving dier plaats 7 van dien tijd af% onafge-
broken 9, nu eens vlijtiger 10 dan weder trager 11 , voort-
gezet 12. De uitgravingen 13 der jaren 1824—1826 nog zeer
merkwaardige baden 14 aan het liehtl^ gebracht 16 hebben-
de, heeft men door 17 dit alles van 18 den levenstoestand 19
en de huishoudelijke 20 inrichtingen 21 der ouden een aan-
schouwelijk 22 begrip 23 gekregen 24.
1. urn, (4). 10. emftg.
2. nur. 11. lä(fig.
3. mit, (3). 12. fortfegen.
4. ©chicl;t, f. 3. 13. Sluögrabung,
f. 3.
14. 35ab (ä), n, 4.
15. ané Sicht.
16. bringen.*
17. burch, (4).
5. Slfche, f.
6. auf, (3).
7. Ort, m. 2.
8. öon jener Jett an.
9. ununterbrochen.
18. t)on, (3).
19. febenéjufïanb,
m. 2.
20. hauélich-
21. (E-inrlchtung,f.3.
22. anfchaulich-
23. sgegriff, m. 2.
24. befommen.*