Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
252.
4. Dikwijls gebruikt men in het Nederlandsch een tegen-
woordig deelwoord om een geheel voorstel samen te trekken.
Dit heeft in het Hoogduitsch niet plaats; men vertaalt der-
gelijke uitdrukkingen op de volgende wijze:
a. Wanneer het Nederlandsch tegenwoordig deelwoord om-
schreven kan worden door terwijl of gedurende, dan vertaalt
men het door roahrcnb, inbem, b. v.:
Naar huis loopend, ontmoette ïBjahrenb of inbem biefer 59Iann
deze man enz. nad) -^aufe Hef, begegnete
er, u. f. n). {dit bet. unb
fo raeiter).
b. Kan men het met daar, dewijl of omdat omschrijven,
dan gebruikt men in het Hoogduitsch ba, meil;
Uw brief ontvangen hebbende, ©a ic^ Sf'cf empfan?
haast ik mij, enz. gen h^be, eile ich, «• f- tü-
Ik kan u dit zeggen, wetende ^c^ ïann biej^eé fagen,
dat gij een eerlijk man weil ic^ weig bag @ie ein
zijt. ehrlicher 9)?ann fïnb.
Wetende dat gij mijn vriend ©a ic^weig, bag @iemein greunb
zijt, bid ik u, enz. ftnb, fo bitte ic^ U. f. W.
c. Dikwijls kan men ook het tegenwoordige deelwoord met
als, toen nadat en en omschrijven; men vertaalt deze door:
alé/ ba, nac^bem en unbj
Dit gezegd hebbende, ging hij JJac^bem of alé er biefeé gefagt
heen. ^aUt, ging et weg.
Het avondeten gebruikt heb- 2llé (nac^bem, ba) ic^ JU
bende, begaf ik mij ter SRac^t gcgeffen f}attt, legte
rust. Ich mid^ fc^lafen.
d. Ook zijn er gevallen, bij welke men het door een be-
trekkelijk voornaamwoord, een zelfstandig naamwoord met een
voorzetsel of het voegwoord en kan omschrijven:
Mijn vriend, wel wetende of ?0?ein ^reunb/ bet WO^l tcugte/
die wel wist, dat ik hem bag ic^ fh" Pettafhcn
niet verraden zou, enz. WÜtbe» U. f. W.
Zijn vorst, te veel op hem @ein gürfï, ber i^m JU »lel
vertrouwende, besloot enz. jutraute, befc^log/ U. f. W.