Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
250.
de gebouwen 7 te verlaten. Toen 8 veranderde 9 ook op 10
dezen afstand 11 de dag in nacht en de asch begon te stuiven 12.
Het roepen 13 en het schreeuwen 14 der op 15 het veld rond-
tastende 16, de hunnen met luid gejammer 17 zoekende 18
menschen was vreeselijk. Eindelijk 19 toen 20 de lange en
zware aschregen 21 ophield 22, en de zon, hoewel 23 met 24
flauw 25 licht 26, te voorschijn kwam 27, leverden 28 de
omliggende 29 voorwerpen het treurigst 30 gezicht 31 o^28;
de grond 32 was hoog met asch, als 33 met sneeuw, bedekt.
7. ©ebaube, n. 2. 16. herumtappcn. 25. bkich-
8. ba. 17. ©ejammer, n. 1. 26. ©chcin, m. 1.
9. ftch öcrnjatibclti. 18. fuchcti. 27. hcrtjortreteti.
19. cnbltch. 28. barbictcn.
20. alé. 29. umherliegetib.
21. 2lfd)cnrcgcn,m.l. 30. traurig.
22. nacl;lajTcn.*' 31. 3lttblicf, m. 2.
23. njieiDohl. 32. Boben, m. 1.
24. mit, (3). 33. n)le.
170.
Er zijn vele menschen, van welke men zoude kunnen
zeggen 1 dat zij slechts 2 leven, om te eten 3. Ik ken er
verscheiden, welke eten, drinken 4 en slapen 5 en nooit 6
werken 7. Cicero ging eens voorbij 8 het huis van Aufidius^
welke op 10 deze wijze 11 leefde, en zeide: Hier ligt 12 Aufi-
dius begraven 13. De ouden hielden 14 de rust 15 voor 16
eene zoo voortreffelijke 17 zaak 18 dat zij ze als het
grootste geluk beschouwden 19 en zich verbeeldden IQ dat
de zoetste 21 geneugte 22 hunner goden daarin bestond 23.
Het grootste geluk van een welgeaard 24 mensch ligt in 25
10. in, (3).
11. gntfcrnung,f.3.
12. (täuben.
13. Stufen, n. 1.
14. ©chreten, n. 1.
15. auf, (3).'
1. man fagen fönnte.
2. blog.
3. effen.*
4. trinfen.*
5. fchlafen.*
6. niemalé.
7. arbeiten.
8. öor, (3)... wxf
bei.
9. beé Slufïbiué.
lo! auf, (4).
11. 2Jrt, f. 3.
12. liegen.*
13. begraben.*
14. halten.*
15. 9vuhe, f.
16. für, (4).
17. öortrefflich.
18. ©ach«, f- 3.
19. betrachten.
20. (tch einbilben.
21. füg.
22. @enug(ü),m.2.
23. be(ïehen.*
24. roohlgeartet.
25. in, (3).