Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
249.
brengen, waar 24 hij den nacht rustig 25 sliep, terwijl 26
de vlammen uit den Vesuvius borsten 27 en alles wat vluch-
ten 28 konde, vluchtte.
24. roo. 26. mahrcnb. 28. flichen.*
25. ru^fg. 27. herborbrcchcn.*
168.
Vervolg.
Des 1 morgens was men bezorgd 2 dat de sterker stroomende 3
asch eindelijk 4 den uitgang 5 versperren 6 of de door 7 de
hevige aardbeving 8 waggelende 9 muren 10 instorten 11 moch-
ten. Men trok 11 dan 13 de stad uitll en op de zee aa» 14,
welke vreeselijk 15 onstuimig was 16. Men bevond zich
in 17 eene dikke duisternis 18, slechts door de fakkels 19
welke de slaven 20 droegen 21, en door de uitbrekende 22
vlammen verlicht 23. Daar zonk 24 Plinius plotseling 25
neder 24. De zwaarlijvige 26 man was door de kwade 27 dam-
pen 28 verstikt 29; zijn lijk 30 vond men eerst op den 31
derden dag, want 32 zoo lang duurde 33 de duisternis.
1. am, (an bem). 12. h'nauéjiehen.* 23. erheHen.
{scheidbaar).
13. bemi.
14. aufbaóSlïeerju.
15. fürchferllch.
16. (oben.
17. tn, (3).
18. ginlïeinlg/ f. 2.
19. gacfel, f. 1.
20. ©flaoe, m. 3.
21. tragen.*
22. heruorbrechen.
2. beforgt.
3. itrömen.
4. jule^t.
5. 3luégang (ä),
m. 2.
6. üerfperren.
7. pon, (3).
8. grbbeben, n. 1.
9. fdjrecinfen.
10. flauer, f. 1.
11. einiHrjen.
24. nieberfinfen,*
■ (scheidbaar).
25. plÓfelid).
26. roohlbeleibt.
27. bofe.
28. Sampf{a),m.2.
29. erjlicfen.
30. Setehnam, m. 2.
31. am, (an bem).
32. benn.
33. bauern.
169.
Vervolg en slot.
De neef 1 was ondertusschen 2 te Misenum gebleven, tot
dat 3 de ontzettende 4 aardbeving 5 de inwoners noodzaakte 6
1. tReffe, m. 3. 3. bié. 5. grbbeben, n. 1.
2. Inbeg. 4. entfeèlid». 6. jmingen.*