Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
ber Sïabcl, de navel. bie Sïabel, de navels,
bec Sïagel, de spijker. bie Sïagel, de spijkers,
ber ,Ofen, de kachel, de oven. bie Defen, de kachels, ovens,
ber Sattel, de zadel. bie ©aftel, de zadels,
bet ©c^aben, het nadeel. bie ©c^aben, de nadeelen.
ber ©djnabel, de bek. bie ©djnabef, de bekken,
bet ©djnjager^ de zwager. bie ©c^icager, de zwagers,
bie Soc^ter, de dochter. bie Sóc^jter, de dochters,
ber SSater» de vader. bie 2?afer, de vaders,
bet 3Sogel/ de vogel. bie 23ögel, de vogels.
Er is van deze verbuiging slechts één onzijdig woord, dat
den Umlaut aanneemt: baé Jïlofier, het klooster, bie j?lö|ïcr,
de kloosters.
AanmerMng. In het Hoogduitsch worden alle zelfstandige
naamwoorden zoo eigen als gemeene, in schrift zoo wel als
in druk, met eene hoofdletter begonnen; bcr 33ater, de vader,
ber £e^rer, de onderwijzer.
I. OPSTELLEN OVER DE EERSTE VERBUIGING.
1.
De vader 1 des meesters 2. De eigenaar 3 des tuins 4. De
broeder 5 des tuiniers 6. De spiegel der zuster 7. De kamer 8
van het meisje. De degen 9 van den schermmeester 10. De
beurs 11 van den broeder 5. De sleutel 12 van de kamer 8.
De dochtfer 13 der moeder 14. De pen van den scholier 15.
1. SSater (a), m. (*). 6. ©artncr, m. 11. «Bcutcl, m.
2. Jc^rcr, m. 7. ©djiücfïcr, f. 12. ©c^luffcl, m.
3. gigcnt^ümcr, ra. 8. 5immer, n. 13. Socl)ter, (ö) f. ^
4. ©arfcn (a), m. 9. Segcn, m. 14. gjlufter (ü), f.'
5. Sruber (ü), m. 10. ged;tmci|ter. 15. ©c^ülcr, m.
2.
Geeft 1 den gulden 3 (t) aan den bakker 2, het mes 5 aan den
slager 4, den mantel 7 aan deri kleermaker 6, en 8 de laars 10
aan den schoenmaker 9. Wanneer 11 de jager 12 komt 13,
1. ©cben ©ie. 4. gieifcl;er/2lic§gcr, 6. ©c^nciber, m.
2. 53acfer, m. ra. 7. ^Kantel (a), m.
3. ©uiben, m. 5. ?Kcffcr, n. 8. unb.
(*) m. beteekent mannelijk, f. vrouwelijk en n. onzijdig.
(t) Men zorge den 3'''° naamval vóór den 4'"" te plaatsen.
MH