Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
245.
tijd 5 hwam 6 het hem voor 6, alsof 7 het geraamte met zijne
trekken zich in het knekelhuis oprichUe 7; eindelijk werd zij
door 8 het bijgeloof 9, dat in den nieuwjaarsnacht geesten der
toekomst 10 ontwaart 11, tot 12 een levenden 13 jongeling.
Hij kon het niet langer zien; hij bedekte 14 zijn oog; —
duizend heete tranen 15 stroomden verdwijnende 16 in 17
de sneeuw; — hij zuchtte 18 slechts nog zachtkens 19,
troosteloos en zinneloos: „Kom slechts weder, Jeugd, kom
weder \"
8. burch, (4).
9. SJberglaubcn,
m. 1.
10. SuEunft, f. 2.
11. erblicfcn.
12. 5U, (3).
13. lebcnbig.
162.
4. an, (4).
5. ^ünglingéidt,
f. 3.
6. »orfcmracn,*
{scheidbaar).
7. alé richtet« fïch...
auf.
14. »«rhüll«n.
15. Shtän«, f.
16. t)«rfi«3«nb.
17. in, (4).
18. fcufjcn.
19. l«if«.
3.
Vervolg en slot.
— — En zij kwam toeder; want hij had slechts in 1
den nieuwjaarsnacht zoo verschrikkelijk 2 gedroomd 3. Hij
was nog een jongeling; alleen 4 zijne afdwalingen 5 waren geen
droom geweest. Maar hij dankte God, dat hij, nog jong, in
de vuile 6 gangen 7 der ondeugd omkeeren 8, en zich op 9 de
zonnebaan terug begeven 10 kon, die naar 11 het rijke land
des oogstes voert 12.
Keer met hem om, jonge Lezer, indien gij op 13 zijn
dwaalweg 14 staat 15! Deze schrikwekkende 16 droom zal in
hel vervolg 17 uw rechter worden; maar, wanneer gij eens
jammervol 18 zoudet roepen 19: Kom weder, schoone jeugd,
zij zoude niet wederkomen!
1. in, (3).
2. erfchrccflich.
3. träumen.
4. nur.
5. Vcrlrrung, f. 3.
6. fchmulig.
7. @ang (ä), m. 2.
8. umfchrcn,
{scheidbaar).
9. auf, (4).
10. b«gcbcn.*
11. in, (4).
12. leiten.
13. auf, (3).
14. ^rrmeg, m. 2.
15. fïchcn.*
16. fchrccfcnb.
17. fünftig.
18. jammertJoH.
19. rufen.*