Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
244.
nachtwandelaars 5 op 6 de daken 7, en de windmolen 8
dreigend zijne vleugels 10 ter verbrijzeling W op 9, en eene
in 12 het ledige 13 knekelhuis 14 terug gebleven 15 ge-
raamte 16 nam\7 allengskens 18 zijne trekken 19 aanll.
Midden in 20 de kramp 21 daalde 22 eensklaps 23 de mu-
ziek 24 voor 25 het nieuwjaar van den toren neder 22, gelijk
kerkgezang van verre gehoord 26. Zijne aandoeningen werde'n
zachter 27. — Hij zag langs den gezichteinder 28 en over
de wijde 29 aarde, en hij dacht 30 aan 31 de vrienden zijner
jeugd 2,1, die thans, gelukkiger en beter dan hij, leeraars 33
der aarde, vaders van gelukkige kinderen en gezegende
menschen waren, en hij zeide: „O, ik konde ook, gelijk 34
gij, dezen eersten nacht met drooge 35 oogen doorslui-
meren 36, indien ik hadde gewild 37! — ach, ik konde ge-
lukkig zijn, gij dierbare 38 ouders, indien ik uwe nieuw-
jaarswenschen 39 en lessen 40 hadde vervuld 41.
4. fïlchcn.*
5. 9ïadS)tn3anbler,
m. 1.
6. auf, (3).
7. Dach (ä), n. 4.
8. ÏÏBInbmühlc, f.
3.
9. aufheben,*
[scheidbaar).
10. 2lrm, m. 2.
11. jum^erfchlagen.
12. in, (3).
13. leer.
14. 2obtenhaué(au),
n. 4.
15. jurüdbleiben,*
[scheidbaar).
16. Saree, f. 3.
17. annehmen,*
[scheidbaar).
18. allmahlig.
19. 3ug (ü), m. 2.
20. mitten in, (3).
21. .S-rampf (ä),
m. 2.
22. hcrnieberffiegen.*
23. ploglich-
24. gjïuftf, f. 3.
25. für, (4).
26. luie ferner Äir;
ch engefang.
27. er rourbe fanffer
beroegt.
28. um ben .^orijonf
herumfchauen,
[scheidbaar).
29. roeit.
30. benfen.*
31. an, (4).
32. fein 3ugenb?
freunb, m. 2.
33. Sehrer, m. 1.
34. roie.
35. trocfen.
36. perfchlummern.
37. rootten.*
38. theuer.
39.3ïeuiahrérounfch
(ü), m. 2.
40. gehre, f. 3.
41. erfütten.
161.
Vervolg.
In de 1 koortsachtige 2 herinnering 3 aan 4 ziju jongelings-
1. im, in bem). 2. fieberhaft. 3. Erinnern, n. 1.