Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
243
Ach, de slangen hingen 31 om 32 zijne borst 33 en de gift-
droppels 34 op 35 zijne tong 36, en hij wist 37 nu 38 waar
hij was.
28. pnfïer. 32. urn, (4). 36. gunge, f. 3.
29. fchroul. 33. Brufï (ü), f. 2. 37. njiffen.*
30. Sampf (a)/m.2. 34. @ifftropfen,m.l. 38. nun.
31. hangen.* 35. auf, (3).
159.
Vervolg.
Zinneloos 1 en met onuitsprekelijke 2 droefheid 3 riep hij
ten hemel 4 : Hergeef 5 mij de jeugd ! o Yader, plaats mij
weder op den kruisweg, opdat 6 ik anders kieze 7.
Doch 8 zijn vader en zijne jeugd waren sedert lang ver-
dioenen'ä. Hij zag 10 dwaallichten 11 op 12 de moerassen 13
dansen en op het kerkhof 14 uitdooven 15 en hij zeide: Het
zijn mijne dwaze 16 dagen! — Hij zag eene star uit 17 den
hemel vlieden 18 , onder het vallen 19 flonkeren 20 en op 2
de aarde vergaan 22. „Dat ben ik," zeide zijn bloedend 23
hart, en de slangetanden 24 van het berouw 25 groeven 26
iu 27 de wonden 28 verder 29.
1. ©innloé. 10. fehen. 21. auf, (3).
2. unauéfprechltch. 11. 3rrlichf, n. 4. 22. jerrlnnen.
3. 6ram, m. 2. 12. auf, (3). 23. binten. !
4. juin .g)immcl hin; 13. ©umpf(ü),m.2. 24. ©chlangejahn
aufrufen, {scheid- 14. ©otteéader (S), (ä), m. 2.
baar). m. 1. 25. Sleue, f. 3.
5. rotebcrgcbcn ,* 15. criöfchen.* 26. graben.*
{scheidbaar). 16. fhöricht. 27. (n, (3).
6. bamit. 17. aué, (3). 28. SSunbê, f. 3.
7. roahlcn. 18. piehen.* 29. njeiter.
8. aber. 19. im Saßen.
9. ISngfl bahin. 20. fchimmern.
160.
Vervolg.
De gloeiende 1 verbeelding 2 toonde 3 hem vluchtende 4
1. lobern. 2. phantafte, f. 3. 3. seigen.
16*