Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
242.
stond dicht hij 21 hem; het was alleen door de 22 sneeuw 23
des ouderdoms 24, niet door het groen 25 der jeugd over-
dekt 26, en hij bracht 27 uit 28 het geheele rijke leven niets
mede 27 dan dwalingen 29, zonden 30 en ziekten 31, een
vernield 32 lichaam 33, eene verwoeste 34 ziel, de borst 35
vol vergift 36 en een 'ouderdom vol berouw 37.
20. frcubcn? unb
fchlaftoé.
21. na^e an, (3).
22. oom (bon
bem).
23. Schnee, m. 2.
24. SJiter, n. 1.
25. grün.
26. oerbccfcn.
27. mitbringen,*
{scheidbaar).
28. aué, (3).
29. 3rrtf>um (ü),
m. 4.
30. Sünbe, f. 3.
158.
V e r v o 1 a;.
31. jfrantheif,f. 3.
32. berhecrcn.
33. .dorper, m. 1.
34. pcrijbet.
35. ^ru(l (ü), f. 2.
36. ©ift, n. 2.
37. 3ieue, f. 3.
Be schoone dagen zijner jeugd 1 verrheerden heden als in
spoJcen 2 en trohhen 3 hem weder naar 4 den helderen 5 mor-
gen heen 3, waar 6 hem zijn vader hel eerst 7 op 8 den kruis-
weg 9 des levens geplaatst 10 had, die rechts 11 op 12 de
zonnebaan 13 der deugd naar 14 een ver 15, rustig 16 land
vol licht en vruchten 17 en vol engelen geleidt 18, en welke
links 19 in de mollengangen 20 der ondeugd 21 nedervoert 22,
naar een zwart hol 23, vol 24 afdruipend 25 vergift 26, vol
schuifelende 27 slangen en donkere 28, zwoele 29 dampen 30.
1. feine fchöncn 9. @cheibemeg,m.2. 20. COIaulrourfé?
iugenbtage. 10. (ïellen. gang (a), m. 2.
2. ftch al^ ©efpen; 11. tecï)té. 21. Safïer, n. 1.
12. auf, (3).
13. Sonnenbahn,
f. 3.
14. in, (4).
15. mit.
16. ruhig.
17. (Ernte, f. 3.
18. bringen.*
19. linfé.
jïer umraenben.*
{scheidbaar).
3. htnstehcn,*
{scheidbaar).
4. por, (4).
5. hcU.
6. roo.
7. juerjl.
8. auf, (4).
22. hinabjiehen,*
{scheidbaar).
23. jF)óhIc, f. 3.
24. poß, (met den
2 naamval).
25. heruntertropfen,
{scheidbaar).
26. ©ift, n. 2.
27. jifchen.