Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
241
doch toen hij zijn man nauwkeuriger gadesloeg 7, hield 8
hij het voor beter, hem — allengs 9 weder te laten zakken 10,
en het nog eenmaal met zachtere 11 voorstellingen 12 te be-
proeven 13. Maar hij geraakte daarbij buiten adem 14.
De onhandelbare 15 mensch stond 16 er op\l, dat hij voor
de schaduw van zijn ezel betaald wilde zijii; en daar Stru-
thion even hardnekkig er bij bleef 20, niet te willen be-
talen, zoo was ten laatste 21 geen andere weg over, dan
naar Abdera terug te keeren 22, en de zaak door 23 den
hoofdschout 24 te laten onderzoeken 25.
7. betrachten.
8. ftnben.*
9. alïtnahlig.
10. finfcn.*
11. gclinbe.
12. VorfïcHung.
13. tjcrfuchen.
14. aUcin cr tjcrlor
fctnen Sithem
babei,
15. ungefchlacht.
16. bcfïchcn.*
17. barauf.
18. eben fo ^avù
nädig.
19. babcf.
20. bleiben.*
21. jnle^t.
22. jnrücEfehren.
23. bel, (3).
24. ©tabtrichtcr,
m. 1.
25. anhangig ju
mächen.
157.
Nieuwjaarsnacht 1 van een ongelukkige (*).
Een oud mensch stond 2 in 3 het midden van den nieuw-
jaarsnacht 4 aan 5 het venster en zag 6 met 7 den blik 8
eener bange 9 vertwijfeling 10 opQ tot den 11 onbewegelij-
ken 12, eeuwig 13 bloeienden 14 hemel, en neder 15 op 16
de stille, zuivere 17, witte 18 aarde, waarop 19 thans niemand
zoo vreugde- en slapeloos 20 was, als hij. Want zijn graf
1. 9ïcujahrénacht 6. auffchancn, 12. unbciceglich.
{a), f. 2. {scheidbaar). 13. eiülg.
7. mlt, (3). 14. blühen.
8. md, m. 2. 15. herab.
9. bange. 16. auf, (4).
10. Vcrjiceipung, 17. rein.
f. 3. 18. roeig.
11. jum (ju bem). 19. icorauf.
2. jïehen.*
3. in, (3).
4. bie SRcujahré?
mitternacht (ä),
f. 2.
5. am, (an bem).
(*) Naar Jean Paul Friedrich dichter.
14° drük.
16