Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
240.
155.
Vervolg.
Hoe 1? schreeuwde 2 de tandmeester, ik heb voor 3 den
ezel betaald, en zal 4 nu ook nog voor zijne schaduw be-
talen, noem mij zeiven een' driedubbelen 5 ezel, indien ik
dat doe 6! De ezel is eenmaal voor dezen geheelen dag de
mijne (mcln), en ik wil in zijne schaduw gaan zitten 7, zoo
dikwijls het mij belieft 8; en daarin blijven zitten, zoo lang
het mij belieft; daarop 9 kunt gij 10 staat maken \\.
Zegt gij dat in goeden ernst 12? vraagde de andere met
al de koelbloedigheid van een' Thracischen 14 ezeldrijver 15.
In goeden ernst 16 antwoordde 17 Struthion.
Ban kome mijnheer 18 maar 19 op staande wet 20 weder
terug naar Abdera voor 21 de overheid 22, zeide gene, daar,
zullen 23 wij zien 24, wie van ons beiden recht zal behou-
den 25. Zoo waar Jupiter mij en mijn ezel genadig 26 zij,
ik wil zien, wie mij de schaduw mijns ezels tegen mijnen
wil 21 zal af troggelen
1. 2Saé? grnft cure SKct? 20. ftehenben gu?
2. fdjrcicn.* nung? geé.
3. für, (4). 13. mit bcr ganjen 21. por, (4).
4. fottcn. jfaltblütlgfclt. 22. Obrigfelt, f. 3.
5. brciboppclt. 14. thrajifd). 23. njottcn.*
6. thun.* 15. gfe[treibcr,m.l. 24. fchen.
7. fid) fc^cn. 16. ganjen 25. behalten.
8. belieben. grnfï. 26. gnabjg.
9. barauf. 17. pcrfe^en. 27. lütbcr meinen
10. fönnen.* 18. fo fomme bcr SBitten.
11. fich öcriaffen.* .&crr. 28. abtro^cn fott.
12. 3(t baé In 19. uur.
156.
Vervolg en slot.
De tandmeester had grooten lust 1, (om) den ezeldrijver door 2
de sterkte 3 van zijnen arm tot rede te brengen 4. Eeeds
sloot hij zijne vuist 5, reeds verhief zich 6 zijn korte arm;
1. Sufï (ü), f. 2. 4. 5ur ©ebühr 5. felne gaufï ju?
2. burch, (4). rocifcn. fammcn batten.
3. etarfc, f. 3. 6. fïch h«&«n*