Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
237.
hem heel hoeltjes 1, dat gij (een) recht gelooft te hebben ,
om mij {pierde naamval) zoo te vragen?
Ik ben slechts 2 Alexander, de zoon van Philippus 3 van
Macedonië 4, hernam 5 de jongeling glimlachende 6, ik
beken 7, het is Juist niet veel 8, maar wat het is, is tot den
dienst van Diogenes 9. Daar ik wist 10, dat gij niet tot 11
mij zoudet komen 12, zoo kom ik tot u, om u te zeggen,
dat ik mij een genoegen er uit\2> zoude maken, uwe philo-
sophie 14 op 15 een' gemakkelijker' 16 voet te zetten 17.
Verlang 18 van mij, wat gij wilt 19, het zal 20 u aan-
stonds 21 worden toegestaan 22, of het moest 23 meer zijn,
dan in 24 mijne macht staat 25.
Belooft 26 gij mij dat opll uw koninklijk woord? zeide ik.
Op mijn woord, antwoordde hij.
Nu, zeide ik, zoo verzoek 28 ik (den) Alexander, den
zoon van Philippus van Macedonië — de goedheid te heh-
len , en mij uit 30 de zou te gaan.
1. ganj faltftnntg. 10. wiffcn.*
11. JU, (3).
12. fommen.*
13. bai-aué.
14. p()ilofophie, f-
15. auf, (4).
16. gcmächlic^.
17. fegen.
18. »erlangen.
19. rootten.*
20. fotten.
2. nur.
3. «Philipp.
4. gjlacebonien.
5. »erfegen.
6. lachein.
7. geftehen.*
8. cé i(l bermalen
nicht »iel.
9. (leht bem Siogc?
neé JU öienftc.
21. unücrjüglich.
22. gewähren.
23. muffen.*
24. in, (3).
25. ffehcn.*
26. »erfprechen.*
27. mtr'é bei, (3).
28. bitten, (4).
29. fo gut ju fein.
30. aué, (3).
_ \ 152.
Vervolg en slot 1.
Is dat alles? zeide Alexander.
Alles, wat ik thans 2 noodig heh2>, antwoordde ik.
De hovelingen 4 verbleekten 5 van verbazing 6. — Een
koning moet zijn woord houden 7 zeide Alexander, terwijl
1. 53cfchlu§(ü), m.2. 4. .Ooffd;ranj, m. 3. 7. halten.*
2. jegt. 5. erblaffen. 8. mit, (3).
3. bebürfcn.* 6. »or gntfcgcn. 9. jroingen.*