Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
230
l, werkwoorden, samengesteld met scheidbare voorzet-
sels , als:
ab, b. V. a6fch«ibcn,* afschrij- loé, b. v. loéblnbcn, los-
ven. binden,
ait, b. V. anfangen,* aan- mit, b. v. mitbringen,* me-
vangen. debrengen.
auf, b. V. aufrichten, op- nach, h. v. nachjagen, naja-
richten. gen.
aué, b. V. ausgehen,* uit- nieber, b. v. niebeclegcn,
gaan. nederleggen.
bei, b. V. beifügen,* bijvoe- ob, b. v. obliegen, betamen,
gen. enz.
bar, b. V. barbieten,* aan- t>or, b. v. t»or(ïeIlen, voor-
bieden. stellen,
ein, b. V. einfchlafen,* in- meg, b. v. wegfliegen,* weg-
slapen. vliegen,
fort, b. V. fortfahren,* voort- mleber, b. v. raiebergebcn,*
varen, vervolgen. wedergeven,
her, b. v. herfagen, opzeg- ju, b. v. jufegen, toevoe-
gen. gen.
hin, b. v. hinrichten, ter
dood brengen.
Deze voorzetsels blijven in de vervoeging alleen in de on-
bepaalde wijze en het tegenwoordige deelwoord aan het werk-
woord gehecht: b. v. aué gehen, in het verleden deelwoord echter,
en wanneer ju bij de onbepaalde wijze gevoegd wordt, komt
het voorvoegsel ge, alsmede ju, tusschen het scheidbare voorzetsel
en het werkwoord te staan, b. v. ausgegangen, auéju?
gehen. Zie verder de vervoeging van het volgende werkwoord
abfchreiben, dat met een scheidbaar voorzetsel is samengesteld.
3nftnitie, (©ingform).
Onbepaalde w ij z e.
Tegenwoordige tijd. ftbfchrciben, of abjufchrcibcn, afschrijven,
of af te schrijven.
Verleden tijd. abgefchrlcben haben, te hebben afgeschreven.
Toekomende tijd, abfchreiben roerben, te zullen afschrijven.