Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
229
fchr»ellen, (doen) zwellen,
id) fd;n)ell(e, gefd^roellf.
fenfen, doen zinken, Ic^ f«nf?
U, gefenft.
fe^en, zetten, ich fe^f«/ S«'
fc^f.
fie ben, koken, ich fietete, ge?
Itebet.
fprengen, doen springen, ich
fprengte, gefprengt.
ijcrberben, (onbruikbaar ma-
ken) bederven, ich öerberbte,
uerberbt.
roenben, keeren, ich menbefe,
geroenbet.
magen, wegen (het gewicht
onderzoeken), ich mäge,
lüägfc, gewägt.
f d;»e f I e n, zwellen, id; fch wolï,
gefchmollen.
ftnfen, zinken, ich f<»nf/ g«^
funfen.
fi^en, zitten, ich gcfejfen.
fie ben, koken, id; fott, ge?
fotten.
f p r i n g e n, springen, ich fp^ong,
gefprungen.
perberben, (onbruikbaar,
slechter worden) bederven,
ich toerbarb, berborben.
ra e n b e n, wenden, keeren,
ich raanbfe, geroanbt.
miegen, wegen (zwaar zijn),
ich miege, id; mog, gemogen.
OVEll DE SAMENGESTELDE WEEKWOOEDEN.
Samengestelde werkwoorden noemt men die, welke, behalve
de lettergrepen, waaruit de onbepaalde wijze van een primi-
tief werkwoord bestaat, nog zekere voorvoegsels of voorzetsels
aannemen, welke dienen, om het hoofddenkbeeld, door het
oorspronkelijke werkwoord uitgedrukt, nader te wijzigen.
Er zijn drie soorten van samengestelde werkwoorden:
a) werkwoorden samengesteld met onscheidhare voorzet-
sels, als:
be, b. v. begehen,* begaan,
emp, b. v. empfinben,* gevoelen,
ent, b. v. entjïchen,* ontstaan,
er, b. v. er hol ten,* verkrijgen,
ge, b. v. gehord;en, gehoorzamen.
Ber, b. v. oerjehren, verteren,
jer, b. v. jerrelfen,* verscheuren.
Deze hebben den klemtoon altijd op het zakelijk deel en
nemen ook het voorvoegsel in het verleden deelwoord niet aan.